Kabeljauwherstelplan

Technische maatregelen genomen in het kader van de kabeljauwherstelplannen

De aanvullende technische maatregelen voor het herstel van de kabeljauwbestanden in de Noordzee en ten westen van Schotland zijn gepubliceerd (Commissieverordening (EG) 2056/2001). De algemene lijnen staan hieronder.

1. Algemeenheden

1.1. Toepassingsgebied en datum van inwerkingtreding

Het toepassingsgebied van de maatregelen met betrekking tot het ‘kabeljauwherstelplan Noordzee’ (ICES-gebied IV) wordt uitgebreid met de ICES-gebieden IIa en Vb alsook met het ICES-gebied VI (Westen van Schotland) behalve de zone ten Oosten van 07°30 WL tussen 55°00' en 56°00' NB, waar de bepalingen van toepassing zijn die genomen werden in het kader van het herstel van de kabeljauw in de Ierse zee (ICES-gebied VIIa).

De bepalingen zijn van toepassing vanaf 1 januari 2002.

1.2. Aard van de bepalingen

De gewijzigde technische bepalingen hebben voornamelijk betrekking op:

  • De karakteristieken van een gesleept demersaal vistuig: verplichting tot het inwerken in het net van een toppaneel met grote mazen en van een paneel met vierkante mazen, beperking van het aantal mazen in de omtrek van de kuil, vorm van kuil en tunnel, maximale twijndikte enzovoort ;
  • Maaswijdte: verhoging van de minimummaaswijdte zonder beperkingen;
  • Vangstsamenstelling: verlaging van bijvangstpercentages;
  • Diverse en uitzonderingsbepalingen.

1.3. Karakteristieken van de panelen met vierkante mazen

Een aantal visserijen zijn verplicht om ontsnappingspanelen met vierkante mazen te gebruiken (zie verder). De basiskarakteristieken ervan werden vroeger al vastgelegd in de basisverordening technische maatregelen. Ze staan ook hieronder.

Panelen met vierkante mazen:

  • moeten worden aangebracht in de bovenste helft of de bovenkant van een net vóór de tunnel, dan wel op enig punt tussen de voorkant van de tunnel en het achtereinde van de kuil,
  • mogen op geen enkele manier worden geblokkeerd door toebehoren,
  • moeten minstens drie meter lang zijn (twee meter bij vaartuigen <112 kW),
  • moeten vervaardigd zijn uit knooploos netmateriaal of netmateriaal met niet-slippende knopen en moeten zo aangebracht worden dat de mazen bij het vissen open blijven,
  • hebben een aantal mazen in de voorste rij die gelijk of groter zijn dan het aantal mazen in de achterste rij,
  • hebben maximaal vijf ruitvormige mazen tussen het paneel en de aangrenzende naadlijnen van het net. Op een plaats waar het net nauwer wordt, is deze beperking geldig voor de achterste rij van het paneel,

De maaswijdte van vierkante mazen is de grootste wijdte die kan worden vastgesteld (=diagonaal) en bedraagt 80 mm of meer.

2. Algemene verbodsbepalingen m.b.t. demersale sleepnetten

Het is verboden demersale sleepnetten (inclusief boomkornetten) te gebruiken die het volgende bevatten:

  • vierhoekige mazen waarvan de zijden van de maas niet ongeveer van dezelfde lengte zijn;
  • een kuil en tunnel in netten met een maaswijdte van 70 mm of groter, waarvan de gezamenlijke lengte meer dan 36 meter is;
  • een kuil en tunnel waarvan de afmetingen in de bovenkant of bovenlaag verschillen;
  • een kuil of tunnel of paneel met vierkante mazen die niet volledig van één en hetzelfde type netmateriaal is vervaardigd;
  • een kuil die op een andere wijze dan door naaien aan het netdeel vóór de kuil is bevestigd;
  • een kuil en/of tunnel met een maaswijdte van 55 mm of groter moet vervaardigd worden van enkel getwijnd materiaal met garen van maximaal 8 mm dikte of dubbel getwijnd met garen van maximaal 5 mm dikte (opgelet in gebied VIIa is dit respectievelijk 6 mm of dubbel 4 mm);

Voorts gelden ook volgende bepalingen.

  • Het is verboden demersale sleepnetten te gebruiken met een maaswijdte van 70 tot en met 79 mm in gebied IV (uitzondering nr.1 onder punt 6).
  • Het is verplicht om een paneel met vierkante mazen met een wijdte van minimaal 90 mm te gebruiken in alle demersale sleepnetten met een maaswijdte 100-119 mm

3. Bijkomende bepalingen met betrekking tot boomkornetten

  • verplichting tot het voeren van een toppaneel in boomkornetten met een maaswijdte van 80 mm of groter

De boomkornetten moeten in de volledige bovenste helft van het voorste deel van het net voorzien zijn van een netpaneel waarvan geen enkele maas een maaswijdte heeft van minder dan 180 mm en dat rechtstreeks aan de bovenpees bevestigd is (of aan niet meer dan drie rijen netmateriaal met ongeacht welke maaswijdte die rechtstreeks aan de bovenpees).

Hoe wordt het aantal mazen (scholen) berekend?

  1. deel de lengte in meter per korboom door 12;
  2. vermenigvuldig het resultaat met 5.400;
  3. dit resultaat wordt gedeeld door de maaswijdte in millimeter van de kleinste maas in het paneel. Alle decimalen of andere fracties in het resultaat worden weggelaten.

(Opgelet: de bestaande verplichting voor de Ierse zee is lichtjes anders, namelijk minimaal 30 mazen van minimaal 180 mm maaswijdte voor boomkorren van 70 tot 99 mm).

  • verbod tot het gebruik van boomkorren met een maaswijdte van 32 tot en met 119 mm benoorden 56°00' NB;
  • het gebruik van boomkorren met een maaswijdte van 100 tot en met 119 mm is echter toegestaan tussen 55°00' en 56°00 NB in de sector tussen de oostkust van het Verenigd Koninkrijk en 05°00' OL (met andere woorden: de bestaande 80 mm boomkorgrens wordt beho[ID1] uden, zie kaartje).

4. Bijkomende bepalingen met betrekking tot demersale sleepnetten (geen boomkorren)

  • verplichting om een toppaneel aan te brengen in netten met een maaswijdte van 70 tot en met 99 mm.

Het paneel moet aan de bovenpees bevestigd zijn (of aan niet meer dan drie rijen netmateriaal met ongeacht welke maaswijdte die rechtstreeks aan de bovenpees zijn bevestigd) en het moet bestaan uit minstens 15 scholen van ruitvormige mazen waarvan geen enkele met een maaswijdte van minder dan 140 mm (= bestaande verplichting Ierse zee).

  • bijkomende verplichting om een paneel aan te brengen met vierkante mazen (zoals beschreven onder punt 1.3.) met maaswijdte van minimaal 80 mm, bij netten met een maaswijdte van 70 tot en met 99 mm;
  • beperking van het aantal mazen in de omtrek van de kuil, met uitsluiting van de aanslag en de naadlijn:
    • maaswijdte van 70 tot 89 mm: maximaal 120 mazen
    • maaswijdte van meer dan 90 mm: maximaal 100 mazen
       
  • Niet meer van toepassing: het verbod op het gebruik van demersale bordennetten met een maaswijdte tussen 80 en 99 mm benoorden de 80 mm boomkorgrens (55°00' NB op de oostkust van het VK tot 05°00 OL, dan noordwaarts tot 56°00' NB en tenslotte 56°00' op de kust van Denemarken).

5. Bepalingen i.v.m. vangstsamenstelling bij gebruik van gesleept tuig

  • Met de invoering van het kabeljauwherstelplan in de Noordzee:
    • wordt de minimummaaswijdte zonder beperkingen opgetrokken naar 120 mm;
    • wordt een nieuwe minimale vangstsamenstelling vastgelegd voor de maaswijdteklasse 100-119 mm;
    • wordt de bijvangst aan kabeljauw beperkt tot maximaal 20% (tenzij anders bepaald) voor demersale netten kleiner dan 120 mm.
  • Volledigheidshalve worden de bestaande verplichtingen voor de vangstsamenstelling (percentages doelsoorten) hieronder herhaald.

Vangstsamenstelling (percentages doelsoorten)

Maaswijdteklasse

Doelsoorten

Minimumpercentages

16-31 mm garnaal 60 %
32-54 mm pelagische vis 90 %/60 %
80-99 mm langoestine 30%

80-99 mm

platvis + andere

70 %

Onder de 2-netregel zijn de percentages:

  • 16-31 mm + >=100 mm : min. 20 % garnaal
  • 70-79 mm + >=100 mm : min. 10 % doelsoorten v.h. kleinste net
  • 80-99 mm + >=100 mm : min. 45 % doelsoorten v.h. kleinste net
  • Vangstsamenstelling bij visserij met sleepnetten van 100 -119 mm:

    • Maximaal 5% kabeljauw en minimaal 70% van de doelsoorten vermeld bij maaswijdte van 80 tot en met 99 mm en/of andere soorten ** (leng, blauw leng, sikihaai, zwarte haarstaartvis, Atlantische slijmkop, Physis spp. en Brosme brosme) (zie uitzondering nr. 2 onder punt 6).
  • Voor een aantal visserijen gelden specifieke bepalingen:

    • langoustinevisserij (80-109 mm) in ICES-gebied IV benoorden ‘80mm boomkorgrens’: minimaal 30% langoustine;
    • koolvisvisserij (110-119 mm) minimaal 70% koolvis en maximaal 3% kabeljauw;
    • visserij in ICES-gebied VI (70-79 mm): minimaal 30% langoustine;
    • visserij in ICES-gebied VI (100-109mm): maximaal 5% kabeljauw en minimaal 70% schelvis, heek, wijting, zeeduivel, schartong, vleet, rog, koolvis en langoustine, of maximaal 5% kabeljauw en minimaal 70% van de doelsoorten vermeld bij een maaswijdte van 80 tot en met 99 mm en/of andere soorten zoals vermeld na ** hierboven
  • Tenzij anders bepaald, wordt voor demersale netten kleiner dan 120 mm de bijvangst aan kabeljauw beperkt tot maximaal 20% van het gewicht van de totale aan boord gehouden mariene organismen.

  • Het algemene principe i.v.m. de 2-netregel blijft behouden.

6. Bepalingen voor staand tuig

De minimummaaswijdte voor staande netten voor de visserij op kabeljauw is 140 mm. Bij een visserij met nauwmaziger tuig is het verboden meer dan 30% kabeljauw aan boord te hebben t.o.v. het totale gewicht van de gevangen mariene organismen.

Departement Landbouw en Visserij
Koning Albert I-laan 1.2 bus 101 - 8200 Brugge (wegbeschrijving)
Tel. 050 24 83 40 |  zeevisserij@lv.vlaanderen.be