Op deze pagina:
Biodiversiteit op landbouwbedrijven (GLMC 8)
Deze norm moet er toe bijdragen dat:
- waardevolle landschapselementen in het landbouwlandschap in stand worden gehouden,
- vogels tijdens de broedperiode worden beschermd,
- de inzet van gewasbeschermingsmiddelen in de strijd tegen invasieve planten beperkt blijft.
Samenvattende info:
- Behoud de landschapselementen
- Snoei niet tijdens het broedseizoen
- Bestrijd invasieve plantensoorten
- De noden gekoppeld aan deze maatregel zijn terug te vinden in de tabel: ‘Noden volgens maatregelen’ op de pagina ‘Gebundelde fiches, tabellen, formulieren’. .
Instandhouden landschapselementen
U moet binnen én buiten de zones aangeduid in het kader van de Vogel- en Habitatrichtlijn (Natura2000-gebieden) het verbod op het wijzigen van landschapselementen, de (omgevings)vergunningsplicht voor het wijzigen van landschapselementen en de voorwaarden opgenomen in de vergunning, naleven. Voor meer uitleg zie hieronder ‘Conditionaliteit – Vogelrichtlijn en habitatrichtlijn (RBE 3 EN RBE 4)’.
Verbod op het snoeien tijdens het broedseizoen.
Om verstoring van broedende vogels te vermijden is het tijdens het broedseizoen (indicatief is dat van 15 maart tot 15 juni) verboden om heggen en bomen te snoeien.
Bestrijding van invasieve plantensoorten
Bestrijding knolcyperus
Op percelen besmet met knolcyperus is de teelt van knol-, bol- en wortelgewassen niet toegestaan.
Een perceel is besmet met knolcyperus wanneer er 10 m² of meer duidelijk besmet is met knolcyperus. Eén m² is duidelijk besmet als er minimaal 10 planten/m² staan ofwel een minimale bodembedekking van 50% is (vanaf aan één van deze voorwaarden voldaan is, telt de m² mee).
Percelen waarop een besmetting met knolcyperus wordt vastgesteld, zullen in de verzamelaanvraag aangemerkt worden. Een perceel waarop u zelf een besmetting met knolcyperus vaststelt, meldt u aan de regio met een foto van en op de haard genomen en de vermelding van de graad van besmetting (oppervlakte in m²) en of het gaat om een haard of diffuse besmetting. Dit kan via de Agrilens app of via info@lv.vlaanderen.be.
Wanneer uw perceel besmet is met knolcyperus, neemt u best contact op met een praktijkcentrum met ervaring in de bestrijding van knolcyperus voor verdere begeleiding, zoals Inagro, Proefhoeve Bottelare, Hooibeekhoeve of PVL Bocholt.
Meer info vindt u op Knolcyperus.
Vogelrichtlijn en Habitatrichtlijn (RBE 3 en 4)
Het biodiversiteitsverlies een halt toe roepen en de dalende trend doen keren, ecosysteemdiensten versterken, habitats en landschappen in stand houden en soorten beschermen zijn doelstellingen waaraan het gemeenschappelijk landbouwbeleid moet bijdragen. De Vogelrichtlijn en de Habitatrichtlijn zijn Europese richtlijnen die bepalen welke soorten en welke habitattypen (als leefgebieden voor soorten) beschermd moeten worden. Het natuurdecreet en zijn uitvoeringsbesluiten geven in Vlaanderen uitvoering aan de verplichtingen opgenomen in deze richtlijnen.
Deze fiche verduidelijkt welke maatregelen op basis van de Vogel- en Habitatrichtlijn onder de conditionaliteit zullen opgevolgd worden.
Samenvattende info:
- Respecteer het verbod op of de vergunningsplicht voor het wijzigen van vegetatie en landschapselementen zowel binnen als buiten Natura 2000-gebieden
- De noden gekoppeld aan deze maatregel zijn terug te vinden in de tabel: ‘Noden volgens maatregelen’ op de pagina ‘Gebundelde fiches, tabellen, formulieren’. .
Beheerseisen voortvloeiend uit de Vogelrichtlijn (RBE 3) en de Habitatrichtlijn (RBE 4)
De beheerseisen die voortvloeien uit de Vogelrichtlijn en uit de Habitatrichtlijn zijn sterk gelijklopend. Ze worden hier dan ook samen behandeld. Het komt er op neer dat landbouwers moeten bijdragen tot de instandhouding van vegetatie en landschapselementen zowel binnen alsook buiten Natura 2000-gebieden.
In het kader van deze richtlijnen moet elke lidstaat op basis van wetenschappelijke criteria speciale beschermingszones aanduiden. Deze speciale beschermingszones maken deel uit van het Europese Natura 2000-netwerk. In Vlaanderen zijn 24 vogelrichtlijngebieden (98.243 ha) en 38 habitatrichtlijngebieden (105.022 ha) aangeduid.
De Vogelrichtlijn (Richtlijn 2009/147/EG inzake het behoud van de vogelstand) heeft als doel vogels alsook hun leefgebied te beschermen (dus ook buiten de speciale beschermingszones). De Habitatrichtlijn (Richtlijn 92/43/EEG inzake de instandhouding van de natuurlijke habitats en de wilde flora en fauna) wil de biologische diversiteit waarborgen door de algemene bescherming en instandhouding van waardevolle habitats.
Om aan de doelstelling van de bescherming van de leefgebieden tegemoet te komen, is de instandhouding van de natuurlijke vegetatie en landschapselementen van belang. Daarom moet u het verbod, de vergunningsplicht en de voorwaarden voor het wijzigen van de vegetatie en landschapselementen naleven zowel binnen als buiten de speciale beschermingszones. Ook buiten de speciale beschermingszones zijn specifieke landschapselementen belangrijk als leefgebied van vogels. Meer informatie over het wijzigen van vegetatie en landschapselementen is terug te vinden in punt 3 van deze fiche.
In het Vlaams Ecologisch Netwerk (VEN) mogen vegetaties en kleine landschapselementen niet worden gewijzigd. Dit betekent dat bijvoorbeeld duinen, heiden, moerassen, vennen, poelen, holle wegen en bronnen beschermd zijn. De graslanden in VEN vragen de nodige aandacht. De soortenrijke graslanden (de historisch permanente graslanden) zijn sowieso volledig beschermd, maar ook blijvend grasland mag niet in akkerland worden omgezet.
Welke informatie vind ik terug op de verzamelaanvraag of het e-loket?
Op de jaarlijkse verzamelaanvraag kunt u terugvinden welke percelen zich in een speciale beschermingszone (vogelrichtlijngebied en/of habitatrichtlijngebied) bevinden.
Voorwaarden voor het wijzigen van vegetaties en landschapselementen
Verbod op het wijzigen van specifieke vegetaties en van bijzondere KLEINE landschapselementen
Algemene verbodsbepalingen
Het is verboden holle wegen, graften, bronnen, vennen en heiden, moerassen en waterrijke gebieden, duinvegetaties en de ermee samenhangende vegetaties te wijzigen.
In groen-, park-, buffer-, en bosgebied, in beschermd cultuurhistorisch landschap en in de beschermingsgebieden Poldercomplex en het Zwin geldt dat verbod ook voor historisch permanent grasland en poelen.
Binnen de gebieden van het Vlaams Ecologisch Netwerk (VEN) is het eveneens verboden om vegetatie (met inbegrip van meerjarige cultuurgewassen) of kleine landschapselementen te wijzigen.
Op deze verbodsbepalingen zijn echter afwijkingen of ontheffingen mogelijk. De verplichting om te voldoen aan de zorgplicht zoals beschreven in de omzendbrief LNW/98/01 betreffende algemene maatregelen inzake natuurbehoud blijft echter gelden.
De zorgplicht betekent dat iedereen die handelingen verricht die de natuurelementen in de onmiddellijke omgeving vernietigt of ernstig beschadigt of die opdracht geeft tot zulke handelingen, verplicht is om alle maatregelen te nemen om de vernietiging of de schade te voorkomen, te beperken of te herstellen.
Voor wijziging van kleine landschapselementen en vegetatie waarvoor er geen verbod geldt, is er in bepaalde gevallen wel een vergunningsplicht.
Afwijking toegestaan door de minister bevoegd voor het natuurbehoud of ontheffing op reglementaire wijze
Het verbod op het wijzigen van vegetatie of landschapselementen geldt echter niet als de werken uitdrukkelijk worden vermeld in een beheers- of inrichtingsplan of als ze plaatsvinden op huiskavels binnen een straal van 100 meter rond een vergunde woning of stal, voor zover die in gebruik is. De straal wordt 50 meter in groen-, park-, buffer- en bosgebieden en de zone wordt beperkt tot het kadastrale perceel waarop de woning of het bedrijfsgebouw zich bevindt. In al die gevallen blijft de zorgplicht uiteraard wel gelden.
Via het Agentschap voor Natuur en Bos kunnen bij gemotiveerd besluit individuele afwijkingen worden toegestaan op voorwaarde dat de aanvrager de zorgplicht naleeft. De afwijkingen moeten schriftelijk worden aangevraagd en de aanvrager krijgt uiterlijk binnen 3 maanden de uitspraak.
Van het verbod op het wijzigen van vegetatie of kleine landschapselementen in de VEN-gebieden kan afgeweken worden wanneer het Agentschap voor Natuur en Bos een individuele ontheffing heeft verleend.
Omgevingsvergunning voor vegetatiewijzigingen
Voor vergunningsplichtige wijzigingen wordt onderscheid gemaakt tussen wijzigingen aan vegetatie enerzijds en kleine landschapselementen anderzijds.
Vergunningsplichtige wijzigingen van vegetatie
Voor de wijzigingen van vegetaties die vergunningsplichtig zijn, moet een omgevingsvergunning voor vegetatiewijziging(en) worden aangevraagd in de volgende zones:
- groengebieden, parkgebieden, buffergebieden, bosgebieden, natuurontwikkelingsgebieden, valleigebieden, brongebieden, agrarische gebieden met ecologisch belang of waarde, agrarische gebieden met bijzondere waarde en in al de gebieden met vergelijkbare bestemming, aangeduid op de plannen van aanleg of de ruimtelijke uitvoeringsplannen van kracht in de ruimtelijke ordening;
- beschermde duingebieden (aangeduid volgens het Duinendecreet)
- de speciale beschermingszones aangeduid in het kader van de Vogelrichtlijn en Habitatrichtlijn (Natura 2000 netwerk);
- watergebieden van internationale betekenis in het bijzonder als watervogelhabitat (Ramsar),
Volgende wijzigingen van vegetaties zijn vergunningsplichtig:
- het afbranden van een vegetatie;
- het vernietigen, beschadigen of doen afsterven van een vegetatie met mechanische of chemische middelen, tenzij deze activiteiten plaatsvinden op percelen met cultuurgewassen;
- het wijzigen van het reliëf met inbegrip van nivellering van het microreliëf;
- het rechtstreeks of onrechtstreeks wijzigen van de waterhuishouding door drainage, ontwatering, dichten, alsook het wijzigen van het overstromingsregime van vegetatie;
- het wijzigen van historisch permanente graslanden, met inbegrip van het daaraan verbonden microreliëf en poelen, indien deze gelegen zijn:
- in valleigebieden, brongebieden, natuurontwikkelingsgebieden, agrarische gebieden met ecologisch belang of agrarische gebieden met bijzondere waarde en de in de gebieden met vergelijkbare bestemming aangeduid op de plannen van aanleg of de ruimtelijke uitvoeringsplannen van kracht in de ruimtelijke ordening;
- binnen de perimeter van het beschermingsgebied IJzervallei (BE 2500831);
- binnen de perimeter afgebakend in uitvoering van de Habitatrichtlijn, in zoverre het type historisch permanent grasland binnen deze perimeter als habitat is aangemeld;
- in een gebied waarin bij besluit van de Vlaamse Regering historisch permanente graslanden (HPG’s) definitief zijn vastgesteld. De vergunningsplicht geldt voor zover de HPG’s definitief zijn vastgesteld én gelegen zijn binnen een van de gebieden beschreven onder de drie voorgaande punten.
Vergunningsplichtige wijzigingen van kleine landschapselementen
Voor de wijzigingen van kleine landschapselementen die vergunningsplichtig zijn, moet een omgevingsvergunning voor vegetatiewijziging(en) worden aangevraagd in de volgende zones:
- de hierboven onder 3.2.1. aangehaalde gebieden en zones,
- de gebieden van het Integraal Verwevings- en Ondersteunend Netwerk (IVON),
- de agrarische gebieden en de landschappelijk waardevolle agrarische gebieden (en vergelijkbare bestemmingsgebieden volgens plannen van aanleg of ruimtelijke uitvoeringsplannen).
Volgende wijzigingen van kleine landschapselementen of van de vegetatie ervan zijn vergunningsplichtig:
- het rooien of verwijderen en het beschadigen van houtachtige beplantingen:
- op wegbermen, bermen van waterwegen of spoorwegen of op taluds van holle wegen;
- langs waterlopen, dijken of taluds;
- van heggen, hagen, houtkanten, houtwallen, bomenrijen en hoogstam(boomgaarden).
- het wijzigen van de vegetatie horende bij de kleine landschapselementen met inbegrip van het afbranden en het vernietigen, beschadigen of doen afsterven van de vegetatie van perceelsrandbegroeiingen en sloten met mechanische of chemische middelen;
- het uitgraven, verbreden, rechttrekken, dichten van stilstaande waters, poelen of waterlopen.
Vrijstellingen
Volgende uitzonderingen zijn belangrijk. Er is geen omgevingsvergunning voor vegetatiewijziging(en) nodig:
- voor normale onderhoudswerken;
- als de activiteiten worden uitgevoerd op huiskavels in een straal van maximaal 100 meter van een vergunde woning of een bedrijfsgebouw, de uitzonderingszone wordt beperkt tot het eigenlijke kadastraal perceel en een straal van maximaal 50 meter in een groengebied, parkgebied, buffergebied of bosgebied; De vergunde woning en/of bedrijfsgebouw moet bewoond of in gebruik zijn.
U moet echter nog altijd de zorgplicht naleven en schade zoveel mogelijk proberen te vermijden. Het verwijderen van zieke, rotte of dode bomen vallen onder de voorwaarden van de vergunningsplicht. Het vervangen met nieuwe bomen wordt aangemoedigd.
Om te weten in welke gebieden percelen liggen, kunt u contact opnemen met de provinciale diensten van het Agentschap voor Natuur en Bos of met de gemeente. Ook op de website van GeoVlaanderen kunt u deze informatie terugvinden. Meer informatie over het wijzigen van natuur vindt u op de pagina Natuur wijzigen van de website van het Agentschap voor Natuur en Bos.