Op deze pagina:
- Hoe belanden gewasbeschermingsmiddelen in het water?
- Code goede praktijk voor vul- en spoelplaatsen van spuittoestellen en watercaptatiepunten
- Spuittechnieken
- Problemen met afbraakproduct 1,2,4 triazole in drinkwaterproductie.
Hoe belanden gewasbeschermingsmiddelen in het water?
Een goede waterkwaliteit is essentieel voor mens, dier en milieu. Hoewel gewasbeschermingsmiddelen (GBM) noodzakelijk zijn voor een gezonde voedselproductie, is het een uitdaging om te voorkomen dat deze stoffen in ons oppervlaktewater en het grondwater terechtkomen. Om dit probleem effectief aan te pakken, maken we een belangrijk onderscheid tussen twee soorten bronnen: puntvervuiling en diffuse vervuiling.
Wat is puntvervuiling?
Puntvervuiling ontstaat op een specifieke, aanwijsbare plek. Vaak gebeurt dit direct op het erf van het landbouwbedrijf. Het gaat meestal om een relatief kleine hoeveelheid vloeistof met een zeer hoge concentratie aan middelen.
Oorzaken
- morsen tijdens het vullen van het spuittoestel,
- het inwendig of uitwendig reinigen van de machine op een ongeschikte ondergrond,
- of lekkage bij de opslag of transport naar het veld.
Impact
Omdat de concentraties op die ene plek zo hoog zijn, kan een kleine fout al leiden tot een sterke overschrijding van de normen in nabijgelegen waterlopen.
Wat is diffuse vervuiling?
Diffuse vervuiling is moeilijker aan te wijzen omdat het verspreid over het hele perceel plaatsvindt tijdens of na de toepassing op het veld. Het gaat hierbij om kleine hoeveelheden die over een groot oppervlak in het milieu terechtkomen.
Oorzaken
- Drift: druppels die tijdens het spuiten wegwaaien naar de waterlopen.
- Afspoeling: regenwater dat middelen vanaf het gewas of de bodem meevoert naar het oppervlaktewater.
- Uitspoeling: middelen die door de bodem heen naar het grondwater of drainagesystemen zakken.
Impact
Deze vorm van vervuiling is sterk afhankelijk van het weer, de bodemgesteldheid en de gebruikte techniek.
Samen werken aan proper water
Terwijl we puntvervuiling kunnen aanpakken door betere erfhygiëne en technische voorzieningen (zoals vul- en spoelplaatsen met zuiveringssystemen), vraagt diffuse vervuiling om driftreducerende doppen en technieken, precisietoepassingen en slimme keuzes (bijvoorbeeld IPM toepassen, toepassing van erosiebeperkende maatregelen … ).
Code goede praktijk voor vul- en spoelplaatsen van spuittoestellen en watercaptatiepunten
Puntvervuiling door gewasbeschermingsmiddelen is de belangrijkste bron van waterverontreiniging en is verantwoordelijk voor 40 tot 90% van de vervuiling van water (bron TOPPS). Fouten bij het vullen, spoelen en reinigen van spuitapparatuur kunnen leiden tot insijpeling van gewasbeschermingsmiddelen in de bodem of afvoer naar waterlopen en riolering.
De Code Goede Praktijk voor vul- en spoelplaatsen van spuittoestellen en watercaptatiepunten biedt land- en tuinbouwers duidelijke richtlijnen voor de aanleg van aangepaste infrastructuur om deze problemen te voorkomen. Deze richtlijnen zijn opgesteld in samenwerking tussen het Agentschap Landbouw en Zeevisserij, Departement Omgeving, OVAM en VMM en met medewerking van Inagro, pcfruit, Viaverda en ILVO.
De kern: voorkom vervuiling
Door een ingerichte vul- en spoelplaats of een watercaptatiepunt te gebruiken, minimaliseert u het risico op verontreiniging.
In de code worden vier types inrichtingen beschreven:
-
Overdekte vul- en spoelplaatsen (met of zonder verwerking van restvloeistoffen).
-
Niet-overdekte vul- en spoelplaatsen (met of zonder verwerking van restvloeistoffen).
-
Een spoelplaats (voor beschutte of open teelten).
-
Een watercaptatiepunt.
Een overdekte locatie biedt het voordeel dat regenwater niet verontreinigd raakt en de ruimte als stalling voor het spuittoestel kan dienen. Bij een niet-overdekte vul- en spoelplaats moet regenwater worden opgevangen en verwerkt als bedrijfsafvalwater.
Wat mag waar?
De keuze van type inrichting hangt af van uw werkwijze en de uitrusting waar u als teler over beschikt.
|
Locatie |
Water vullen |
Gewasbeschermingsmiddelen |
Intern spoelen en reinigen |
Extern reinigen |
|---|---|---|---|---|
| Te behandelen veld |
Ja |
Ja |
Ja |
Ja |
| Overdekte vul- en spoelplaats |
Ja |
Ja |
Ja |
Ja |
| Niet-overdektee vul- en spoelplaats |
Ja |
Ja |
Ja |
Ja |
| Spoelplaats |
Nee |
Nee |
Ja |
Nee |
| Watercaptatiepunt |
Ja |
Nee/Ja |
Nee |
Nee |
Afstandsvoorschriften en wetgeving
Voor de aanleg gelden aanbevolen minimale afstanden van 5 meter tot onder andere de openbare weg, oppervlaktewater, grondwaterwinningspunt, luchtinlaat van stallen, rioolaansluitingen en bewoning op het bedrijf. Voor bewoning van derden geldt 10 meter.
U dient de milieuvoorwaarden van het VLAREM toe te passen en mogelijk een omgevingsvergunning aan te vragen (milieukundig en stedenbouwkundig luik). Een overdekte vul- en spoelplaats is onder bepaalde voorwaarden (max 150m², opvang restwater, enz…) vrijgesteld van een stedenbouwkundige vergunning.
Meer informatie en brochure
Wilt u kijken welk type installatie het beste past bij uw specifieke bedrijfssituatie, welke stappen u moet ondernemen voor de aanvraag van vergunningen? Wil u in detail weten waar en hoe een (overdekte) vul- en spoelplaats, een spoelplaats of een watercaptatiepunt kan worden aangelegd?
Meer informatie vindt u in de Code goede praktijk vul- en spoelplaatsen
Steun
VLIF-steun
Voor de aanleg van een vul- en spoelplaats kunt u VLIF-steun krijgen, mogelijk aangevuld met extra steun voor jonge landbouwers. Bij aanleg van zowel een vul- en spoelplaats, als van de installatie van een zuiveringssysteem kan u gebruik maken van de IPM-claim.
Meer informatie vindt u op VLIF-steun voor productieve investeringen | Landbouw en Zeevisserij
Kennisportefeuille
Geen enkel land- of tuinbouwbedrijf in Vlaanderen is hetzelfde en dus zijn er ook oplossingen en advies op maat nodig. Via pcfruit, Viaverda en Inagro kan u ook advies krijgen via de kennisportefeuille om samen met u na te denken over de aan te leggen infrastructuur op uw bedrijf:
- Advies & vorming pcfruit | pcfruit,
- Advies vul- en spoelplaats | Viaverda
- Vul- en spoelplaatsen efficiënt, veilig en reglementair inrichten | Inagro.
- Meer informatie over gebruik maken van de Kennisportefeuille | Landbouw en Zeevisserij
Spuittechnieken
Tegenwoordig moet een spuitmachine in staat zijn de ingestelde dosissen gewasbeschermingsmiddelen precies en doelgericht toe te passen. Schadelijke effecten voor natuur en milieu moeten hierbij vermeden worden en door de toenemende schaalvergroting moet dit onder een alsmaar grotere tijdsdruk gebeuren.
Meer informatie over spuittoestellen en video's van machinedemonstratie van gedragen, getrokken en zelfrijdende spuitmachines om ingestelde dosissen gewasbeschermingsmiddel precies en doelgericht toe te passen
Keuringsplicht
In België zijn alle spuitmachines die geschikt zijn om gewasbeschermingsmiddelen te verdelen keuringsplichtig. Alle toestellen die geschikt zijn om gewasbeschermingsmiddelen toe te dienen moeten om de drie jaar aan een technische keuring worden onderworpen. Een spuittoestel dat niet aan de controlecriteria voldoet mag niet worden gebruikt. Sommige spuittoestellen zijn echter vrijgesteld van de keuring (lansspuittoestellen en rugspuittoestellen).
Meer informatie over de keuringsplicht is beschikbaar op de volgende websites:
Regelgeving
- Richtlijn 2009/128/EG van het Europees Parlement en de Raad van 21 oktober 2009 tot vaststelling van een kader voor communautaire actie ter verwezenlijking van een duurzaam gebruik van pesticiden (artikel 8)
- Koninklijk besluit van 13 maart 2011 betreffende de verplichte keuring van spuittoestellen en tot wijziging van het koninklijk besluit van 10 november 2005 betreffende retributies bepaald bij artikel 5 van de wet van 9 december 2004 houdende de financiering van het Federaal Agentschap voor de Veiligheid van de Voedselketen (gewijzigd door het KB van 07 november 2011 en het KB van 15 januari 2014)
- Ministerieel besluit van 26 april 2011 tot erkenning van keuringsdiensten waaraan de taken in verband met de keuring van spuittoestellen door het Federaal Agentschap voor de Veiligheid van de Voedselketen overgedragen kunnen worden
Problemen met afbraakproduct 1,2,4 triazole in drinkwaterproductie.
Algemeen
Tot 20 december 2026 geldt een tijdelijke afwijking van de norm voor de stof 1,2,4-triazool in drinkwater, geleverd uit de waterproductiecentra De Blankaart, Zillebeke, Dikkebus en De Gavers. Herstelmaatregelen zijn nodig opdat het drinkwater terug voldoet aan de Europese norm. Meer informatie vindt u in Afwijking wettelijke eisen voor 1,2,4-triazool
1,2,4-triazool is een relevant afbraakproduct van verschillende fungiciden, gebruikt zowel binnen als buiten de landbouw. De doorgedreven waterzuiveringstechnieken die nu al worden ingezet, kunnen 1,2,4- triazool onvoldoende verwijderen. Inzetten op bronmaatregelen is dus noodzakelijk.
Bij gebruik binnen landbouw is het cruciaal:
- voldoende afstand te houden tot de waterloop
- de nieuwe regels rond de beschermingsstroken te respecteren
- uw spuittoestellen correct te vullen en te spoelen
In het achtergronddocument worden de belangrijkste regels en goede praktijken opgesomd bij het gebruik van risicofungiciden in het bijzonder en gewasbeschermingsmiddelen in het algemeen. Door deze regels en principes te respecteren, bent u een belangrijke schakel in het beheersen van de 1,2,4- triazool-problematiek.
Nieuwe regels gebruik triazolen in oppervlaktewaterwingebieden.
Sinds 12 mei 2026 vallen de deelgebieden De Blankaart, Zillebeke, Dikkebus en De Gavers onder nieuwe wetgeving. Dit kadert in een betere bescherming van het oppervlaktewater dat gebruikt wordt voor productie van drinkwater.
Welke producten?
Deze nieuwe regels hebben betrekking op het gebruik van volgende werkzame stoffen van gewasbeschermingsmiddelen en biociden:
Amisulbrom, Bromuconazool, Difenoconazool, Mefentrifluconazool, Metconazool, Paclobutrazool, Penconazool, Prothioconazool, Propiconazool, Tebuconazool en Tetraconazool.
Let op: Propiconazool is niet langer toegelaten als gewasbeschermingsmiddel maar wel nog als biocide. Tebuconazool heeft in België erkenningen als gewasbeschermingmiddel en biocide.
Handelsproducten die deze stoffen bevatten kunnen opgezocht worden op:
Voor gewasbeschermingsmiddelen: Fytoweb | Gewasbeschermingsmiddelen en Bemestingsproducten of via deze lijst.
Voor biociden: Biociden voor professionelen - Biocide.
Wat verandert er concreet?
Bufferzone
Er geldt een bufferzone van 5 meter langsheen alle waterlopen vastgelegd in de Vlaams Hydrografische Atlas (VHA) waarbinnen het gebruik van de producten op basis bovenvermelde actieve stoffen, NIET langer is toegelaten.
De bestaande beschermingsstroken vastgelegd in het decreet Integraal Waterbeleid, blijven gelden.
Schematisch voorstel van de bufferzone op een 5m beschermingsstrook
De regels voor de beschermingsstroken langs VHA waterlopen voor percelen met nitraatgevoelige hoofdteelten in gebiedstype 2 en 3 en percelen in groene bestemmingen en SBZ-H vindt u op Afstandsregels tot waterlopen | Vlaamse Landmaatschappij
Schematisch voorstel van de bufferzone op een 3m beschermingsstrook
De algemene regels voor de beschermingsstroken voor percelen langs VHA-waterlopen vindt u op Afstandsregels tot waterlopen | Vlaamse Landmaatschappij
Verplichte registratie en rapportering
Het gebruik van deze middelen op percelen in de deelgebieden De Blankaart, Zillebeke, Dikkebus en De Gavers moet binnen de vijf kalenderdagen na gebruik geregistreerd en gerapporteerd worden.
Dit geldt voor elk gebruik, ongeacht uitvoering door een landbouwer, een loonwerker, een tuinaannemer of particulier. Registreren gebeurt via: www.dewatergroep.be/triazoolregistratie
Wat is een VHA-waterloop?
VHA staat voor Vlaamse Hydrografische Atlas. Een waterloop die opgenomen is in de Vlaamse Hydrografische Atlas is een VHA-waterloop en wordt in het blauw weergegeven op het kaartmateriaal dat u kan terugvinden op:
- de fotoplannen van de verzamelaanvraag, op het e-loket Landbouw en Zeevisserij
- het Bodempaspoort, op het e-loket Landbouw en Zeevisserij
- de app LV-AgriLens van het Agentschap Landbouw en Zeevisserij
- het Geoloket landbouw
Waar vindt u de kaartlagen terug met de deelgebieden De Blankaart, Zillebeke, Dikkebus en De Gavers?
De gebieden waar er voor bovenvermelde stoffen een bufferzone van 5m langs VHA-waterlopen geldt, zijn terug te vinden op:
- de fotoplannen van de verzamelaanvraag, op het e-loket Landbouw en Zeevisserij;
- het Bodempaspoort, op het e-loket Landbouw en Zeevisserij;
- het Geoloket landbouw (ook te raadplegen vanop uw smartphone).
De naam van deze laag is ‘Oppervlaktewaterwingebied 2026’, deze vindt u onder het thema “Actieplan pesticiden”.
Vanaf wanneer?
De regels gelden vanaf 12 mei 2026. Wij vragen u om deze maatregelen strikt na te leven en zo bij te dragen aan het verbeteren van de waterkwaliteit.
Meer info
Meer info vindt u op Afstandsregels & erfdienstbaarheid | Vlaamse Milieumaatschappij
Hebt u vragen? Mail naar info@vmm.be.