Voedermanagement bij rundvee - 2026 (ER)

Afdrukbare fiche: Voedermanagement bij rundvee (versie 01.12.2025).

Om de methaanuitstoot afkomstig uit de verteringprocessen van runderen te verlagen, wordt onder andere ingezet op voedermanagement. Door het toevoegen van additieven of voedermiddelen (3-NOP, nitraat, geëxpandeerd/geëxtrudeerd lijnzaad of koolzaadvet) aan het voer voor melk- en/of vleesvee kunnen de enterische broeikasgasemissies met zelfs 26% gereduceerd worden.

Samenvattende info:

  • Subsidie aan te vragen door actieve landbouwer
  • Bedrijfsmaatregel
  • Eenjarige verbintenis
  • Diergebonden subsidie: 0,06 – 0,21 euro per dier per dag

Subsidievoorwaarden

  • U leeft de voorwaarden na die vermeld zijn in de algemene fiche over ecoregelingen en agromilieu-klimaatmaatregelen (zie fiche ‘Subsidies voor ecoregelingen en agromilieuklimaatmaatregelen – algemeen’).
  • U bent actieve landbouwer in het kader van het gemeenschappelijke landbouwbeleid (GLB) (zie fiche ‘GLB – Actieve landbouwer’ op de webpagina ‘Actieve landbouwer’).
  • U leeft de voorwaarden van de maatregel na gedurende de hele verbintenisperiode van 01/01/2026 of 30/04/2026 tot en met 31/12/2026. Bij een volledige bedrijfsovername tijdens de verbintenisperiode, leven de overnemer en de overlater gedurende de periode dat het bedrijf op hun naam staat, de voorwaarden van de verbintenis na.
  • De verbintenis is van toepassing op ieder actief rundveebeslag dat op de startdatum van de verbintenis aan u toebehoort en waarvan het adres in het Vlaamse Gewest of het Brussels Hoofdstedelijk Gewest ligt. Elk rundveebeslag moet gedurende de hele verbintenisperiode actief blijven en subsidiabele dieren bevatten. Voor dieren van een rundveebeslag dat u tijdens de verbintenisperiode overneemt (dus dat u nog niet had bij de start van de verbintenisperiode) kan u geen subsidie bekomen.
  • Voorwaarden voor de runderen:
    • Om in aanmerking te komen voor de subsidie voor één van de maatregelen, moeten de betrokken runderen:
      • gedurende de hele verbintenisperiode correct en op tijd geïdentificeerd en geregistreerd zijn;
      • aanwezig zijn op één van de plaatsen die aangegeven zijn in de laatste verzamelaanvraag.
    • Een rund komt in aanmerking voor de subsidie “MELKVEE” als:
      • het in Sanitel geregistreerd is als een vrouwelijk rund van het rastype “melk” (uitzondering: de koeien van het rastype “gemengd” kunnen ook bij het melkvee horen als ze worden gemolken en uw bedrijf onder melkproductieregistratie staat);
      • het bij de startdatum van de verbintenisperiode al gekalfd heeft en de toedieningsperiode van de maatregel nog loopt, of als het nog zal kalven in het jaar 2026;
      • de betrokken kalveren op tijd geïdentificeerd en in Sanitel geregistreerd zijn.
    • Een rund komt in aanmerking voor de subsidie “VLEESVEE” als:
  • het in Sanitel geregistreerd is als een rund van het rastype “vlees” of het rastype “gemengd”;
  • het rund minstens 6 maanden oud is.
  • U beschikt vanaf de startdatum van de verbintenisperiode over:
  • facturen die op uw naam staan en die de hoeveelheid van alle gebruikte veevoeders en het gehalte van de methaanreducerende additieven of voedermiddelen in die veevoeders vermelden. Als op de facturen het gehalte van het methaanreducerende additief of voedermiddel in het veevoeder niet vermeld is, moet u beschikken over ander bewijsmateriaal waaruit dat gehalte duidelijk blijkt.
  • alleen voor de subsidie voor vleesvee: één of meer rantsoenberekeningen die overeenstemmen met de werkelijk verstrekte rantsoenen, waarop het volgende staat:
    • de samenstelling van het verstrekte rantsoen;
    • de datum waarop de berekening is opgemaakt;
    • de periode waarin de berekening wordt toegepast.

      Via het rundveeloket kan u gebruik maken van een rantsoenberekeningstool waarmee u kan nagaan of de samenstelling klopt en alles correct werd opgegeven.

De volgende voedermaatregelen komen in aanmerking, met telkens een aantal extra voorwaarden:

Geëxtrudeerd of geëxpandeerd lijnzaad

  • Enkel voor melkvee.
  • Toedieningsperiode: 200 opeenvolgende dagen vanaf de kalfdatum.
  • Aan het krachtvoeder aanwezig in het rantsoen wordt geëxtrudeerd of geëxpandeerd lijnzaad toegevoegd dat zorgt voor een aanlevering van minstens 400 gram vet per dag per dier. Het vet moet minimaal 200 gram en maximaal 250 gram alfa-linoleenzuur bevatten.

Nitraat

Melkvee

  • Toedieningsperiode: 355 opeenvolgende dagen vanaf de kalfdatum.
  • Dagelijks moet 224 gram nitraat per dier aan het verstrekte rantsoen worden toegevoegd.

Vleesvee

  • Toedieningsperiode: alle dagen vanaf dat het dier de leeftijd van zes maanden bereikt.
  • Minstens 1% nitraat moet worden toegevoegd aan het totale rantsoen op drogestofbasis. 

3-Nitro-oxypropanol (3-NOP) 

  • Enkel voor melkvee.
  • Toedieningsperiode: 355 opeenvolgende dagen vanaf de kalfdatum.
  • Dagelijks moet 1,35 gram 3-NOP per dier aan het verstrekte rantsoen worden toegevoegd.
  • Alle dieren die in aanmerking komen voor de subsidie moeten gedurende de volledige dag toegang hebben tot het rantsoen waarin 3-NOP aanwezig is. Beweiding is mogelijk in zover de toegang tot het voeder met 3-NOP gedurende de volledige dag mogelijk blijft.

Combinaties van maatregelen 

  • Enkel voor melkvee.
  • Nitraat + koolzaadvet:
    • Toedieningsperiode nitraat: 355 opeenvolgende dagen vanaf de kalfdatum.
    • Toedieningsperiode koolzaadvet: 200 opeenvolgende dagen vanaf de kalfdatum.
    • Dagelijks moet 224 gram nitraat per dier aan het verstrekte rantsoen worden toegevoegd.
    • Dagelijks moet per dier 350 gram koolzaadvet toegevoegd worden aan het verstrekte rantsoen.
  • Nitraat + geëxtrudeerd/geëxpandeerd lijnzaad:
    • Toedieningsperiode nitraat: 355 opeenvolgende dagen vanaf de kalfdatum.
    • Toedieningsperiode lijnzaad: 200 opeenvolgende dagen vanaf de kalfdatum.
    • Dagelijks moet 224 gram nitraat per dier aan het verstrekte rantsoen worden toegevoegd.
    • Aan het krachtvoeder aanwezig in het rantsoen wordt geëxtrudeerd of geëxpandeerd lijnzaad toegevoegd dat zorgt voor een aanlevering van minstens 400 gram vet per dag per dier. Het vet moet minimaal 200 gram en maximaal 250 gram alfa-linoleenzuur bevatten.

Subsidiebedrag

Afhankelijk van de gekozen maatregel wordt een subsidiebedrag per dier toegekend voor iedere dag van de toedieningsperiode die binnen de verbintenistermijn valt.

Voedermaatregel Voorziene bedrag per dier per dag 

3-NOP

  1. 0,12 euro

Geëxtrudeerd/geëxpandeerd lijnzaad

0,07 euro

Nitraat vleesvee/melkvee

0,06 euro

Nitraat en koolzaadvet

0,21 euro en 0,06 euro *

Nitraat en geëxtrudeerd/geëxpandeerd lijnzaad

0,13 euro en 0,06 euro **

* eerste 200 dagen van de toedieningsperiode wordt nitraat en koolzaadvet samen toegediend, de rest van de toedieningsperiode is er enkel subsidie voor nitraat

** eerste 200 dagen van de toedieningsperiode wordt nitraat en geëxtrudeerd lijnzaad samen toegediend, de rest van de toedieningsperiode is er enkel subsidie voor nitraat

Subsidieaanvraag

De subsidieaanvraag voor de maatregel ‘voedermanagement bij rundvee’ verloopt via de verzamelaanvraag. De uiterste wijzigingsdatum voor de subsidieaanvraag (zowel de aanvraag van de maatregel als de keuze van het type voedermaatregel) is 31 mei 2026. U kan de subsidieaanvraag schrappen tot 31 december 2026, zolang er geen controle ter plaatse is aangekondigd of uitgevoerd. Als u de verbintenis stopzet vóór de afloop van de verbintenistermijn, hebt u geen recht meer op de subsidie voor dat verbintenisjaar.

Onder het menu-item ‘Dier’ gaat u naar het scherm ‘voedermanagement rundvee’ en daar vinkt u aan dat u wil deelnemen aan de subsidieregeling voor melkvee en/of vleesvee. U kan kiezen om met de gekozen voedermaatregel(en) te starten op 1 januari 2026 of op 30 april 2026.

Als u deelneemt aan de maatregel voor melkvee moet u de keuze maken welke voedermaatregel u zal toepassen op het rantsoen voor al het melkvee op uw bedrijf. U kan de verklaring aanvinken dat ook alle koeien van het rastype “gemengd” in Sanitel op uw bedrijf worden gemolken en dus bij het melkvee horen. In dat geval moet uw bedrijf onder melkproductieregistratie (MPR) staan. Als u alleen met koeien van het rastype “melk” in Sanitel wil deelnemen aan de maatregel, dan moet u die extra MPR voorwaarde NIET aanvinken.

Als u deelneemt aan de maatregel voor vleesvee ouder dan 6 maanden, dan moet u aangeven voor welke diercategorie(ën) u dat wenst te doen:

  • vrouwelijke dieren (niet gekalfd);
  • vrouwelijke dieren (gekalfd);
  • stieren.

Subsidie combineren met andere subsidies

In bepaalde gevallen kunnen de subsidies voor ecoregelingen en agromilieuklimaatmaatregelen gecombineerd worden met elkaar of met andere subsidies. Zie combinatietabellen voor welke combinaties mogelijk zijn.

Meer informatie

Meer informatie over de praktische uitvoering van de voeder- en andere maatregelen vindt u terug op Welke maatregelen kan de rundveesector nemen om de methaanemissie door pensvertering te verminderen?

Nieuw in 2026

  • Aanpassing aan de sanctieregeling voor de correcte identificatie en registratie van runderen:
    • Bij een administratieve vaststelling over de registratie in Sanitel (bv. een laattijdige melding) wordt er nog steeds geen subsidie voor het dier uitbetaald, maar is er geen extra sanctie meer op de subsidie voor de overige runderen.
  • De noden die gekoppeld zijn aan deze maatregel zijn terug te vinden in de tabel: ‘Noden volgens maatregelen’

 

Delen: