Duurzame zoogkoeienhouderij - 2026

Vanaf 2023 kan aan actieve landbouwers die op hun bedrijf minstens 10 zoogkoeien houden, een subsidie worden toegekend voor de duurzame zoogkoeienhouderij. Deze maatregel heeft geen rechtensysteem en de landbouwer moet voldoen aan twee instapvoorwaarden vóór hij kan deelnemen aan de subsidieregeling.

De instapvoorwaarden zijn gekoppeld aan de percelen van het bedrijf. De subsidie wordt jaarlijks aangevraagd via de verzamelaanvraag en wordt toegekend voor elk dier dat aan de subsidievoorwaarden voldoet.

Raadpleeg ook de flowchart ‘behoud blijvend grasland’ om de impact op de duurzame zoogkoeienhouderij te bekijken. U vindt het flowchart onderaan deze pagina in de bijlagen.

Instapvoorwaarden

De landbouwer moet aan beide instapvoorwaarden voldoen om te kunnen deelnemen aan de subsidieregeling voor de duurzame zoogkoeienhouderij.

Instapvoorwaarde 1: Behoud blijvend grasland

Op het bedrijf van de aanvrager van de subsidie moet het blijvend grasland op de percelen gelegen in het Vlaamse Gewest of in het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest in stand gehouden worden. 

Dat betekent concreet dat de percelen blijvend grasland die de aanvrager in gebruik had voor de hoofdteelt in 2025 ook in het jaar 2026 blijvend grasland moeten zijn als ze nog in gebruik zijn op het bedrijf in 2026.

U mag een perceel blijvend grasland dat u in gebruik had in 2025 dus niet scheuren in 2026. U mag het perceel wel herinzaaien. 

Instapvoorwaarde 2: Duurzaam graslandbeheer en voederproductie en -diversificatie

Deze instapvoorwaarde wordt beoordeeld aan de hand van een puntensysteem. De landbouwer moet in totaal minstens 20 punten behalen op de voorwaarden rond:

  • Duurzaam graslandbeheer;
  • En/of voederproductie en -diversificatie. 

Het is geen verplichting om te voldoen aan beide criteria. Het is mogelijk om de 20 punten uitsluitend via het duurzame graslandbeheer te behalen of uitsluitend via de voederproductie en -diversificatie, maar het kan ook via een combinatie van beide criteria.

We kijken bij de puntenberekening naar de subsidiabele percelen in gebruik voor de hoofdteelt in de verzamelaanvraag van de aanvrager.

Duurzaam graslandbeheer

Voor dit criterium wordt gekeken naar het aandeel van het duurzaam beheerd grasland ten opzichte van het totaal areaal grasland in gebruik op het bedrijf. Dit aandeel moet minstens 8% bedragen om punten te krijgen.

Wanneer het aandeel 20% of meer bedraagt, staat dit gelijk aan 20 punten en voldoet de landbouwer aan de 2de instapvoorwaarde. Worden de 20 punten nog niet bereikt volgens de onderstaande berekening, dan moet de landbouwer ook punten verzamelen onder het criterium voederproductie en -diversificatie (zie punt Voederproductie en -diversificatie).

Wat is het totale areaal grasland in gebruik?

Het gaat hier over de percelen grasland die de aanvrager in gebruik heeft voor de hoofdteelt in 2026, gelegen in het Vlaamse Gewest of in het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest met teeltcodes uit volgende niet-limitatieve lijst:

  • 60 – Grasland;
  • 63 – Graskruidenmengsel;
  • 601 – Zaaizaad grassen;
  • 638 – Festulolium;
  • 660 – Grasluzerne;
  • 700 – Grasklaver;
  • 745 – Mengsel van gras en vlinderbloemigen (andere dan grasklaver of grasluzerne);
  • 9827 – Weiland met oogstbare hoogstambomen (>200 bomen/ha);
  • 9828 – Grasland met minimumactiviteit.

Welke percelen vallen onder het areaal duurzaam beheerd grasland?

De percelen grasland waarop één of meerdere van onderstaande maatregelen worden toegepast, zullen meetellen als duurzaam beheerd grasland:

  • Een ecoregeling ‘behoud van meerjarig grasland’ en /of ‘ecologisch beheerd grasland’.
  • Een agromilieuklimaatmaatregel ‘meerjarige ecoteelt graskruidenmengsel’ of ‘omzetting van tijdelijk in blijvend grasland’;
  • Beheerovereenkomsten op grasland in functie van botanisch beheer en weidevogelbeheer;
  • Biologisch gecertificeerd grasland;
  • Natuurgrasland met natuurbeheerplan type 3 of 4.

Daarnaast worden percelen grasland gelegen in gebieden met een beperking, meegenomen:

  • Grasland met een maximale veebezetting van 2 grootvee-eenheden/ha;
  • Ecologisch kwetsbaar blijvend grasland en historisch permanent grasland;
  • Grasland gelegen in beschermd onroerend erfgoedgebied;
  • Strategisch gunstig gelegen graslanden met het oog op erosiebestrijding;
  • Percelen met een overeenkomst gelegen in Dudzeelse Polders.

Hoe wordt de oppervlakte duurzaam beheerd grasland geteld?

  • Per maatregel wordt de oppervlakte van het perceel éénmaal in rekening gebracht.
  • Voor de ligging in gebieden met een beperking wordt de oppervlakte van het perceel éénmaal in rekening gebracht.
Perceel  Opp (Ha) Maatregel Ligging Opp meegenomen voor duurzaam beheerd grasland (ha)
x 2 ecologisch beheerd grasland EKBG (landbouwwetgeving) 2 * 2 ha = 4
y 2  
  • historisch permanent grasland
  • erosieperceel
1 * 2 ha = 2
z 2
  • ecologisch beheerd grasland
  • meerjarig grasland
erosieperceel 3 * 2 ha = 6

Puntenberekening duurzaam graslandbeheer

Het percentage duurzaam grasland onder beheer wordt bepaald door de verhouding van het areaal duurzaam beheerd grasland ten opzichte van het totaal areaal grasland in gebruik op het bedrijf.

Als het percentage van duurzaam grasland onder beheer lager is dan 8% dan worden er geen punten toegekend.

Bij een percentage tussen 8% en 20% is er een lineaire verdeling van 4 punten tot en met 20 punten.

Vanaf 20% grasland onder beheer, wat overeenkomt met 20 punten, bereik je de drempel voor de 2de instapvoorwaarde en is de landbouwer vrijgesteld van het criterium voederproductie en -diversificatie.

Grafiek puntenberekening duurzaam graslandbeheer

Voederproductie en -diversificatie

Om punten te behalen op het criterium voederproductie en -diversificatie, heeft de landbouwer minstens een areaal van 7 ha voederteelten in eigen gebruik gedurende de volledige teeltperiode van de hoofdteelt.

De basispuntenverdeling is in functie van het aandeel grasland in het totaal areaal voederteelten van het bedrijf. Vanaf een aandeel van 40% grasland worden er punten toegekend.

Wat zijn voederteelten?

  • Grasland:
    • 60 – Grasland;
    • 63 – Graskruiden mengsel;
    • 601 – Zaaizaad grassen;
    • 638 – Festulolium;
    • 660 – Grasluzerne;
    • 700 – Grasklaver;
    • 745 – Mengsel van gras en vlinderbloemigen (andere dan grasklaver of grasluzerne);
    • 9827 – Weiland met oogstbare hoogstambomen (>200 bomen/ha);
    • 9828 – Grasland met minimumactiviteit;
  • 201 – Silomais;
  • 396 – Mengteelt maïs en vlinderbloemige teelt;
  • 71 – Voederbieten;
  • 91 – Suikerbieten: hier brengen we 30% van de oppervlakte in rekening.
  • Granen:
    • 36 – Spelt;
    • 35 – Triticale;
    • 381 – Sorghum;
    • 383 – Gierst;
    • 391 – Mengteelt van andere wintergranen met vlinderbloemige winterteelt;
    • 392 – Mengteelt van zomergranen en vlinderbloemige zomerteelt;
    • 395 – Mengteelt van wintertarwe of triticale met vlinderbloemige winterteelt
  • Overige voedergewassen:
    • 53 – Lupinen;
    • 511 – Voedererwten winterteelt;
    • 512 – Voedererwten zomerteelt;
    • 521 – Winterveldbonen;
    • 522 – Zomerveldbonen;
    • 721 – Eenjarige klaver;
    • 722 – Meerjarige klaver;
    • 723 – Rode klaver;
    • 731 – Eenjarige luzerne;
    • 732 – Meerjarige luzerne;
    • 741 – Voederkool;
    • 742 – Voederwortelen;
    • 743 – Andere voedergewassen;
    • 744 – Mengsel van vlinderbloemigen;
    • 745 – Mengsel gras en vlinderbloemigen (andere dan grasklaver of grasluzerne);
    • 746 – Voederrapen;
    • 747 – Wikke;
    • 749 – Mengsel met 1 of meer vlinderbloemigen.

Puntenberekening eigen voederproductie en -diversificatie

De punten worden toegekend op basis van de verhouding tussen het areaal grasland en het totale areaal voederteelten van de percelen die in gebruik zijn voor de hoofdteelt. 

De punten worden, zoals de onderstaande figuur aangeeft, lineair toegekend vanaf 40% tot en met 60% grasland, waarbij 40% overeenkomt met 7 punten en 60% met 13 punten. 

 

grafiek puntenberekening eigen voederproductie en -diversificatie

Bijkomende punten kunnen worden toegekend:

  • als 5% of meer van het voederareaal bestaat uit andere teelten dan grasland of maïs: 3 punten, of
  • als minstens 7% van het voederareaal bestaat uit andere teelten dan grasland of maïs, EN minstens 5% van het voederareaal bestaat uit een eiwitteelt: 7 punten.

Volgende teelten tellen mee als eiwitteelten: 

  • 53 – Lupinen;
  • 391 – Mengteelt van andere wintergranen met vlinderbloemige winterteelt;
  • 392 – Mengteelt van zomergranen vlinderbloemige zomerteelt;
  • 395 – Mengteelt van wintertarwe of triticale met vlinderbloemige winterteelt;
  • 396 – Mengteelt maïs en vlinderbloemige teelt;
  • 511 – Voedererwten winterteelt;
  • 512 – Voedererwten zomerteelt;
  • 521 – Winterveldbonen;
  • 522 – Zomerveldbonen;
  • 660 – Grasluzerne;
  • 700 – Grasklaver;
  • 721 – Eenjarige klaver;
  • 722 – Meerjarige klaver;
  • 723 – Rode klaver;
  • 731 – Eenjarige luzerne;
  • 732 – Meerjarige luzerne;
  • 744 – Mengsel van vlinderbloemigen;
  • 745 – Mengsel gras en vlinderbloemigen (andere dan grasklaver of grasluzerne);
  • 747 – Wikke;
  • 749 – Mengsel met 1 of meer vlinderbloemigen.

Als de som van de punten voor het criterium duurzaam graslandbeheer en voor het criterium voederproductie en -diversificatie 20 punten of meer bedraagt, én aan de voorwaarde voor het behoud van het blijvend grasland is voldaan, kan de landbouwer deelnemen aan de subsidieregeling voor de duurzame zoogkoeienhouderij.

Voorbeeld:

Een landbouwer heeft een bedrijf met 30 ha, waarvan:

  • 18,5 ha grasland;
  • 1,5 ha grasklaver;
  • 7,0 ha silomaïs;
  • 2,0 ha voederbieten;
  • 1,0 ha triticale. 

Duurzaam graslandbeheer: 20 ha grasland (= grasland + grasklaver) waarvan 1,6 ha onder beheer op basis van ligging. Dat is 8% (1,6/20) en is dus goed voor 4 punten.

Voederproductie en -diversificatie: 30 ha voederteelten waarvan 20 ha grasland (= grasland + grasklaver). Dat is 66% (20/30) en dus 13 punten.

Extra diversificatie:

  • als minstens 7% van het voederareaal bestaat uit andere teelten dan grasland of maïs
  • 2 ha voederbieten + 1 ha triticale: 3/30 = 10%
  • EN minstens 5% van het voederareaal op het bedrijf bestaat uit een eiwitteelt
  • 1,5 ha grasklaver: 1,5/30 = 5% dus goed voor 7 punten
  Totaal Punten
Duurzaam graslandbeheer 4
Voederproductie en -diversificatie 13
Extra diversificatie 7
  24

Subsidievoorwaarden

  • Als aan de instapvoorwaarden voldaan is, komt een bedrijf in aanmerking voor de subsidiemaatregel voor de duurzame zoogkoeienhouderij. Welke dieren van het bedrijf in aanmerking komen voor de subsidie, wordt hieronder toegelicht.
  • U bent actieve landbouwer in het kader van het gemeenschappelijke landbouwbeleid (GLB) (zie fiche ‘GLB – Actieve landbouwer’ op de webpagina ‘Actieve landbouwer’).
  • De subsidie wordt alleen toegekend aan actieve landbouwers die op 31 mei 2026 beschikken over een actief rundveebeslag met adres in het Vlaamse of Brusselse Hoofdstedelijke Gewest en minimaal 10 premiegerechtigde zoogkoeien hebben die in 2026 een kalf hebben voortgebracht.
  • Het aantal potentieel premiewaardige zoogkoeien is gebaseerd op het aantal dieren van het rastype vlees die kalven op het bedrijf van 1/1/2026 tot en met 31/12/2026. De kalveren moeten ook van het rastype vlees zijn. In geval van twee kalvingen tijdens hetzelfde jaar of een tweeling uit 1 moederdier, wordt dit moederdier slechts éénmaal in aanmerking genomen. Deze gegevens worden automatisch opgehaald uit de Sanitel databank.
  • De subsidievoorwaarden gelden voor alle potentieel premiewaardige moederdieren.
  • Minstens 90% van de potentieel premiewaardige zoogkoeien moet gedurende 8 maanden voor de kalving onafgebroken aanwezig geweest zijn op een van de rundveebeslagen van de landbouwer.
  • Alle potentieel premiewaardige zoogkoeien moeten gedurende het hele jaar waarvoor de subsidie wordt aangevraagd correct geïdentificeerd en geregistreerd zijn. Dit betekent onder meer dat alle bewegingen van deze dieren op tijd (binnen de 7 dagen) en correct aan Sanitel moeten gemeld zijn.
  • Alle kalveren die zijn voorgebracht door de betrokken potentieel premiewaardige zoogkoeien moeten ook op tijd en correct geïdentificeerd en in Sanitel geregistreerd zijn. Als de geboorte van het kalf te laat gemeld wordt, zal het moederdier dus uitgesloten worden van de premie. Ook als het kalf dood geboren wordt, kan het moederdier alleen premiegerechtigd zijn als het kalf op tijd gemerkt en in Sanitel geregistreerd is.
  • Van alle potentieel premiewaardige moederdieren moeten minstens 30% van de kalveren van het rastype vlees, geboren tijdens het kalenderjaar, minimaal 3 maanden aangehouden worden. Elk perceel waar dieren worden gehouden in het kader van de duurzame zoogkoeienhouderij, moet aangegeven zijn in de laatste verzamelaanvraag. Andere weilanden waarop deze dieren lopen in België of het buitenland (inclusief inscharingspercelen) die niet worden opgenomen bij uw eigen percelen, moet u aangeven in de daarvoor bestemde rubriek van de laatste verzamelaanvraag.
  • De zoogkoeien hebben minstens gedurende de periode van 15 mei tot en met 15 september van het jaar toegang tot de weide. De dieren kunnen ook op een weide staan die niet grenst aan het bedrijf. Als de dieren op stal staan dan moeten ze tijdens die periode toegang hebben tot een aangrenzende weide. Uitzonderingen op de toegang tot de weide zijn mogelijk omwille van de gezondheidstoestand of vruchtbaarheidscyclus van de dieren, of voor reforme dieren.
  • Ingeval van een volledige bedrijfsovername tijdens de campagne zullen de potentieel premiewaardige moederdieren van 1 januari tem 31 december in het dossier van de aanvrager terechtkomen.

Subsidieaanvraag

U kan een subsidie voor de duurzame zoogkoeienhouderij aanvragen in de verzamelaanvraag via het scherm ‘zoogkoeienhouderij’ onder het menu-item ‘Dier’.  De uiterste wijzigingsdatum voor de subsidieaanvraag is 31 mei 2026. U kan de subsidieaanvraag schrappen tot 31 december 2026, zolang er geen controle ter plaatse is aangekondigd of uitgevoerd.

Het behalen van de instapvoorwaarden wordt berekend in de verzamelaanvraag aan de hand van de op dat moment gekende gegevens in de verzamelaanvraag. Door controles of wijzigingen in de verzamelaanvraag kan het al dan niet behalen van de instapvoorwaarden nog wijzigen. Als niet voldaan is aan de instapvoorwaarden heeft dat tot gevolg dat de landbouwer niet kan deelnemen aan de subsidieregeling voor de duurzame zoogkoeienhouderij.

Subsidiebedrag

Het subsidiebedrag per dier wordt bepaald op basis van het beschikbare budget en het totaal aantal premiegerechtigde zoogkoeien. Hierbij wordt een degressief systeem gehanteerd. Voor de eerste 50 premiegerechtigde dieren van een beslag zal een hoger premiebedrag uitbetaald worden dan voor de volgende 50 premiegerechtigde dieren en voor de premiegerechtigde dieren boven de 100.

Er zal in Vlaanderen en het Brussels Hoofdstedelijk gewest voor maximum 100.000 dieren subsidie betaald worden. Als er meer dan 100.000 premiegerechtigde dieren zijn, zal er bij elke zoogkoeienhouder een korting worden toegepast.

Het beschikbare budget voor de gekoppelde steun is een aparte envelop binnen het GLB. Bijgevolg kan het beschikbare budget voor de gekoppelde steun niet verhoogd worden maar ook niet gekort worden. 

Aandachtspunten

  • Belangrijk aandachtspunt is het verschil tussen het aanhouden van blijvend grasland op een bedrijf voor de  duurzame zoogkoeienhouderij en het aanhouden van blijvend grasland voor de maatregelen tijdelijk naar blijvend grasland (TBG) en behoud van meerjarig grasland (BMG).
    Het behoud van blijvend grasland op percelen met de maatregel TBG of BMG is strikter dan het behoud van blijvend grasland onder instapvoorwaarde 1 van de maatregel voor de duurzame zoogkoeienhouderij (zie punt 6). Ook percelen die van een andere landbouwer overgenomen worden of naar een andere landbouwer gaan, mogen niet omgezet worden als de maatregelen TBG of BMG aangevraagd werden. Wordt dat wel gedaan, dan is niet aan de verbintenisvoorwaarden van deze maatregelen voldaan en vallen deze punten voor de instapvoorwaarde ‘duurzaam graslandbeheer’ voor de duurzame zoogkoeienhouderij weg. 
    Als de nodige punten voor duurzaam graslandbeheer slechts behaald kunnen worden door rekening te houden met de oppervlakte waarop een regeling BMG of TBG aangevraagd wordt, is het dus belangrijk om niet uit het oog te verliezen dat niet enkel het scheuren van een eigen perceel blijvend grasland, maar ook van een overgelaten of overgenomen perceel blijvend grasland, invloed zal hebben op de regeling BMG of TBG en dus ook op de puntenberekening voor de duurzame zoogkoeienhouderij.
  • De noden gekoppeld aan deze maatregel zijn terug te vinden in de tabel: ‘Noden volgens maatregelen’ op de webpagina 'Gebundelde fiches, tabellen, formulieren'.

Impact scheuren op de aanvraag van duurzame zoogkoeienhouderij

Als er een subsidie voor duurzame zoogkoeienhouderij is aangevraagd op het bedrijf, mogen de percelen grasland die zowel in het voorgaande jaar als het huidige jaar werden aangegeven, niet omgezet worden. Zo mogen ook percelen met status BG5 in het voorgaande jaar niet worden gescheurd. In onderstaand schema komen een aantal situaties voor op percelen blijvend grasland. Indien er op het bedrijf 1 perceel is die een rood kruis krijgt, is de voorwaarde behoud van blijvend grasland niet voldaan en kan in het huidige jaar op het bedrijf geen subsidie worden aangevraagd voor duurzame zoogkoeienhouderij.

Raadpleeg ook de flowchart 'behoud blijvend grasland' om de impact op de duurzame zoogkoeienhouderij te bekijken:

 

Duurzame zoogkoeienhouderij -  voorwaarden behoud blijvend grasland

Nieuw in 2026

Aanpassing aan de sanctieregeling voor de correcte identificatie en registratie van runderen:

  • Bij een administratieve vaststelling over de registratie in Sanitel (bv. een laattijdige melding) wordt er nog steeds geen subsidie voor het dier uitbetaald, maar is er geen extra sanctie meer op de subsidie voor de overige runderen.

Bijlagen

U vindt een duidelijk overzicht of u al dan niet in aanmerking komt voor de premie in volgend schema: Flowchart zoogkoeien (versie 01.12.2025).

U vindt hier een tabel met de % en overeenkomstige punten: Puntenverdeling zoogkoeien .

Meer informatie

Voor bijkomende informatie kan u terecht bij:

Delen: