Gemeenschappelijk Visserijbeleid (GVB)

Het Gemeenschappelijk Visserijbeleid (GVB) van de Europese Unie, neergeschreven in basisverordening (EU) nr. 1380/2013, is een regeling voor het beheer van de Europese vissersvloten en voor het behoud van de visbestanden als gemeenschappelijke hulpbron. Het is ingevoerd  in de jaren 70 en is sindsdien al verschillende keren herzien (in de regel om de 10 jaar).

Enerzijds regelt het de toegang tot de bestanden en de wateren: het geeft alle Europese vissersvloten gelijke toegang tot de Europese visgebieden zodat zij eerlijk met elkaar kunnen concurreren.

Anderzijds wil het GVB de visbestanden beschermen. Hoewel het voor onze voedselvoorziening van belang is in voldoende visvangst te voorzien, zijn er beperkingen nodig. Visserijpraktijken mogen namelijk niet zo ver gaan dat de visbestanden zich niet of onvoldoende kunnen voortplanten. Daarom legt het huidige beleid maatregelen op die het behoud en de duurzame exploitatie van de visbestanden op lange termijn moeten verzekeren. Hierbij streeft men naar een ‘maximale duurzame opbrengst’ (maximum sustainable yield – MSY), om hoge langetermijnopbrengsten te kunnen garanderen. Specifieke beheersmaatregelen om deze doelstellingen te bereiken, zijn onder meer: het opstellen van meerjarenplannen, technische maatregelen en de invoering van vangstbeperkingen (zie TAC’s en quota).

Bovendien zijn de nodige acties ondernomen en is specifieke regelgeving opgesteld om illegale visserij tegen te gaan, aangezien die leidt tot zowel overbevissing als oneerlijke concurrentie.

Toch zijn de gevolgen van de visserij op het kwetsbare mariene milieu vandaag nog altijd niet volledig duidelijk. Het GVB is dan ook voorzichtig om zomaar alle negatieve gevolgen op alle onderdelen van het ecosysteem aan de menselijke activiteiten toe te schrijven. Wel zeker is dat vis selectiever moet worden gevangen en dat er geleidelijk aan een einde moet komen aan de teruggooi van ongewenste vis.  In dat kader zal vanaf 1 januari 2019 in de EU-lidstaten de aanlandingsverplichting van toepassing worden voor quotumsoorten.

Welke invulling de concrete maatregelen uit het GVB krijgen, ligt nu ook meer in handen van de EU-lidstaten. Sinds de hervorming is er meer nadruk op regionalisering, wat leidt tot meer zeggenschap op nationaal en regionaal niveau.

Samengevat moet het GVB ervoor zorgen dat zowel de visserij als de aquacultuur ecologisch, economisch en sociaal duurzaam zijn en dat ze een bron van gezond voedsel voor alle EU-burgers vormen. Daarnaast moet het een dynamische visserijsector bevorderen en een goede levensstandaard voor de visserijgemeenschappen waarborgen.

Het GVB heeft vier belangrijke beleidsterreinen: