Vergroeningspremie

brochure Vergroeningsmaatregelen (bundeling van fiches ivm de vergroening) (versie 12.02.2018)

Vergroening in kader van Gemeenschappelijk Landbouwbeleid (GLB)  

Naast de basisbetaling vormt de vergroeningspremie een belangrijk element van de rechtstreekse steun die de landbouwer kan verkrijgen. De vergroeningspremie betekent een compensatie voor de inspanningen die de landbouwer levert voor het toepassen van klimaat en milieuvriendelijke praktijken.

Meer informatie over de vergroeningspremie, de aanvraag van de premie, de vrijstelling voor bepaalde land- en tuinbouwers en de gevolgen voor het niet-naleven van de vergroeningsverplichtingen kunt u terugvinden in de volgende algemene fiche:

Vergroeningseisen op subsidiabel areaal

Vergroening wordt toegepast op subsidiabele gronden. Voor bepaalde vergroeningsmaatregelen moet enkel het subsidiabel bouwland in rekening worden gebracht. Welke oppervlakte valt onder subsidiabele gronden en welke oppervlakte valt onder bouwland en hoe u deze oppervlakte kunt berekenen, vindt u op de webpagina ‘Perceelsaangifte’ in volgende fiches:

  • Subsidiabiliteit van landbouwareaal
  • Berekening bouwland en subsidiabel areaal

De land- en tuinbouwer ontvangt de vergroeningspremie wanneer hij op zijn subsidiabel areaal de volgende vergroeningseisen naleeft:

Nieuw in de vergroening vanaf 2018

EAG uitzonderingsmaatregelen

De uitzonderingsmaatregelen voor de maatregel ecologisch aandachtsgebied zijn gewijzigd. Wanneer uw bedrijf meer dan 15 hectare bouwland omvat, moet u voldoen aan de maatregel ecologisch aandachtsgebied, tenzij uw bedrijf aan een van de volgende voorwaarden voldoet:

  • meer dan 75% van het areaal bouwland wordt gebruikt als grasland, braakliggend land, voor de teelt van vlinderbloemige gewassen, of voor een combinatie van deze. De voorwaarde dat het resterende bouwland niet meer dan 30 hectare bedraagt, valt weg;
  • meer dan 75% van het subsidiabel landbouwareaal is grasland (zowel blijvend grasland als grasland op bouwland). De voorwaarde dat het resterende bouwland niet meer dan 30 hectare bedraagt, valt weg.

EAG landschapselementen

Heggen kunnen nu worden aangegeven als EAG met teeltcode 4 (houtkanten/heggen). Ook bomenrijen kunnen worden aangegeven met de nieuwe teeltcode 10. De definitie voor beide landschapselementen werd in de fiche ‘Subsidiabiliteit van landbouwareaal’ toegevoegd (zie webpagina 'Perceelsaangifte'). Beide elementen dienen te worden ingetekend als perceel in de verzamelaanvraag.

EAG 1 m teeltvrije strook (EAG-bufferstrook) en akkerranden

Akkerranden mogen in het veld meer dan 20 m breed zijn. Ze tellen wel maar voor maximaal 20 m breedte mee als EAG. Bufferstroken worden automatisch opgenomen als potentieel EAG-element op het e-loket als ‘1 m teeltvrije strook’. Op deze manier is er maximale afstemming met het decreet Integraal Waterbeleid. Teeltvrije bufferstroken van > 1 m en akkerranden dienen ingetekend te worden op het e-loket en aangegeven als akkerrand. Voor de 1 m teeltvrije bufferstrook en akkerranden telt de werkelijk oppervlakte mee voor EAG (geen conversie).

EAG bosranden met productie

Bosranden met productie zullen minimum 1 m breed moeten zijn in plaats van 5 m. Er geldt tevens een verbod op gewasbeschermingsmiddelen.

EAG groenbedekkers         

Ook vlinderbloemigen in onderzaai kunnen worden aangegeven als groenbedekker met teeltcode 661. Er zijn nieuwe aanhoudingsperiodes voor de groenbedekkers (minimaal 8 weken).

Landbouwstreek Inzaai vóór Behouden tot

Polders en Duinen

(nieuw)

20 augustus 15 oktober

Leemstreek

(ongewijzigd)

1 oktober 30 november

Zandleemstreek en andere

(nieuw)

1 november 31 januari

EAG Stikstofbindende gewassen

Er geldt een algemeen verbod op het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen, dus ook zaadontsmettingsmiddelen (coating) is niet meer toegelaten. Er zal een mengsel van stikstofbindende en niet-stikstofbindende gewassen worden toegelaten, mits het stikstofbindende gewas gedurende de aanhoudingsperiode overheersend aanwezig blijft.

Gewasdiversificatie

De uitzonderingsmaatregelen voor de maatregel gewasdiversificatie zijn gewijzigd. Wanneer uw bedrijf 10 hectare of meer bouwland omvat, moet u aan de maatregel gewasdiversificatie voldoen, tenzij uw bedrijf aan één van de volgende voorwaarden voldoet:

  • meer dan 75% van het areaal bouwland wordt gebruikt voor grasland, braakliggend land, de teelt van vlinderbloemige gewassen, of voor een combinatie van deze. De voorwaarde dat het resterende bouwland niet meer dan 30 hectare bedraagt, valt weg;
  • meer dan 75% van het subsidiabel landbouwareaal is grasland (zowel blijvend grasland als grasland op bouwland). De voorwaarde dat het resterende bouwland niet meer dan 30 hectare bedraagt, valt weg.

Spelt (Triticum spelta) wordt vanaf 2018 aanzien als een apart gewas t.a.v. gewassen die behoren tot hetzelfde geslacht.

Combinaties

Het Europese landbouwbeleid laat niet toe dat er voor een zelfde maatregel tweemaal steun wordt toegekend. Ze wil dus dubbele financiering voorkomen. Meer informatie kunt u vinden in de fiche ‘Dubbele financiering en combinaties van subsidiemaatregelen’ op de webpagina van ‘Agromilieumaatregelen’.

Toch zijn sommige combinaties tussen agromilieumaatregelen met maatregelen voor het aanleggen van ecologisch aandachtsgebied (EAG) wel mogelijk. Algemeen geldt dat het gebruiken van een agromilieu maatregel om aan de vergroeningsverplichting te voldoen, gevolgen zal hebben op de subsidie voor deze agromilieumaatregel. Ook voor de biologische productiemethode werd in een uitzondering voorzien waarbij de percelen met biologische productiemethode een vrijstelling krijgen voor het naleven van de vergroeningsmaatregelen. 

De tabel 'Combinaties EAG vergroening met agromilieumaatregelen beheerovereenkomsten en hectaresteun biologische productiemethode' geeft de mogelijke combinaties en subsidiebedragen weer. U vindt deze tabel terug op de webpagina ‘Tabellen’.

Wetgeving

 De Vlaamse wetgeving die van toepassing is voor de vergroeningsmaatregelen

Meer informatie

Voor meer informatie kunt u contact opnemen met uw buitendienst van het Departement landbouw en Visserij.