VLIF-investeringssteun voor land- en tuinbouwers

Op deze pagina:

Maatregel kort samengevat

VLIF-investeringssteun kort samengevat
Doel van de maatregel

Het VLIF verleent steun aan investeringen op land- en tuinbouwbedrijven die bijdragen tot

  1. Het verhogen van de weerbaarheid
  2. Een efficiënter energie- en watergebruik
  3. De verbetering van de luchtkwaliteit

Doelgroep

De professionele land- en tuinbouwer

Voorwaarden

  1. U bent landbouwer / begunstigde
  2. Het landbouwbedrijf heeft voldoende bedrijfsomvang en ligt in het Vlaamse Gewest
  3. U houdt een boekhouding bij
  4. U leeft alle wettelijke normen na
  5. U legt de nodige documenten voor om de investeringen uit te voeren
  6. U start pas met de investering na kennisgeving van de selectie
  7. U toont de geselecteerde subsidiabele investeringskosten aan  
  8. U leeft de Europese communicatieverplichting na

Subsidiabele investeringen

Subsidiabele investeringslijst

Steunomvang

De steunomvang hangt af van de mate waarin de investeringen de duurzaamheid van de land- en tuinbouwproductie verbetert. Elke investering krijgt hierop een score volgens vooraf bepaalde selectiecriteria.

  • 40% op subsidiabele kosten voor investeringen in technologieën die boven het gemiddelde bijdragen aan de klimaatdoelstellingen
  • 30% op subsidiabele kosten voor investeringen die boven het gemiddelde scoren
  • 15% op subsidiabele kosten van overige investeringen
  • De steuncategorieën 40% en 30% worden met 10% verhoogd voor jonge landbouwers voor steunaanvragen die in 2021 en 2022 worden ingediend. Een landbouwbedrijf met een bedrijfsleider die jonger is dan 41 jaar op het moment van het indienen van de VLIF-aanvraag wordt beschouwd als een jonge landbouwer.

Maximaal subsidiabel investeringsbedrag

Maximaal €1.000.000 per bedrijf voor aanvragen in de periode 2015 - 2020

Voor aanvragen die in 2021 en 2022 worden ingediend, wordt dit miljoen euro verhoogd met 350.000 euro extra subsidiabel investeringsbedrag 

Maximaal €2.000.000 bij de herlokalisatie van 2 stoppende bedrijven

Maximaal 2 steunaanvragen per jaar

Mogelijke steunvormen

  • Premie
  • Waarborg

Steunaanvraag

U dient de steunaanvraag in via het e-loket 

Indien u in 2021 een aanvraag voor VLIF-investeringssteun indient voor dezelfde (nog niet gestarte) geselecteerde investering(en) waarvoor u in 2020 al steun aanvroeg dan vervalt de steunaanvraag uit 2020. Na uitvoering van de investering(en) zal u dus enkel nog een betalingsaanvraag kunnen indienen voor de steunaanvraag uit 2021, onafhankelijk van het selectieresultaat. Het is dus niet mogelijk om terug te vallen op de steunaanvraag uit 2020 indien het selectieresultaat van de steunaanvraag uit 2021 minder goed zou zijn dan het selectieresultaat van de steunaanvraag uit 2020.

Vanaf 2021 moet u voor alle aanvragen binnen de 5 maand na het afsluiten van de blokperiode waarbinnen u de steunaanvraag indiende, aantonen dat de investering is gestart. Zo niet komt de geselecteerde investering niet meer in aanmerking voor VLIF-steun. U kunt de start van de investering aantonen door één van de volgende documenten op te laden bij de geselecteerde investering bij de aanvraag op het e-loket:

  • een factuur, met factuurdatum na ontvangst van het selectiebericht
  • een na ontvangst van het selectiebericht ondertekende offerte: om geldig te zijn moet u zelf elke offerte ondertekenen
  • een foto van de start van de werken
  • een na ontvangst van het selectiebericht ondertekende overeenkomst

Het bewijsstuk moet specifiek zijn voor de investering. Indien u bijvoorbeeld steun aanvraagt voor de bouw van een stal en een machine (al dan niet voor toepassing in de stal), moet u voor beide een bewijsstuk van de start ervan op het e-loket opladen binnen de 5 maand na het afsluiten van de blokperiode. Het bewijsstuk voor de stal geldt dus niet voor de losse investering.

Indien u een waarborg wenst, dient een erkende kredietinstelling de steunaanvraag in.

Selectie op de bijdrage aan verduurzaming, verjonging en doelmatigheid

 

Doel van de investeringssteun

Het doel van de VLIF-investeringssteun voor  land- en tuinbouwbedrijven is:

  1. een efficiënter gebruik van energie en water
  2. de verbetering van de luchtkwaliteit, onder meer via de reductie van de uitstoot van broeikasgassen, fijn stof en ammoniak
  3. het verhogen van de weerbaarheid. Hieronder wordt verstaan:
    1. voldoen aan nieuwe wettelijke normen over hygiëne of een verbetering van de hygiënische omstandigheden waarin geproduceerd wordt die verder gaat dan wettelijk verplicht is
    2. een landbouwbedrijf herlokaliseren of de impact van het landbouwbedrijf op ecosystemen milderen als dat past in een plan om de instandhoudingsdoelstellingen te behalen
    3. voldoen aan nieuwe wettelijke normen over dierenwelzijn of een verbetering van het dierenwelzijn te verkrijgen die verder gaat dan wettelijk verplicht is
    4. de kwaliteit van de producten verhogen, onder meer via investeringen in geavanceerde bewaartechnieken
    5. een nieuwe technologie introduceren
    6. een arbeidsrationalisatie en de verhoging van de arbeidsveiligheid
    7. voldoen aan nieuwe eisen van commercialisatie- en distributiebedrijven
    8. voorkomen of verminderen van erosie
    9. de productiekosten verlagen om het inkomen en de concurrentiepositie te verbeteren
    10. de heroriëntatie van de productie 
    11. landbouwverbredingverbredingsactivteiten

Voorwaarden

De voorwaarden die gelden voor de steunaanvraag, moeten gedurende 5 jaar na de betaling van de steun vervuld blijven.

1. U bent landbouwer / begunstigde

1.1. U bent landbouwer

U kunt investeringssteun aanvragen op naam van een natuurlijke persoon of een rechtspersoon, en wordt hierna landbouwer genoemd.

Landbouwer als natuurlijke persoon / elke beherende vennoot, zaakvoerder of bestuurder van een rechtspersoon

  • Dit blijkt uit het inkomen op jaarbasis:
    • u haalt uit de landbouwactiviteiten een jaarlijks nettoberoepsinkomen van meer dan 12.000 euro
    • u haalt uit niet-landbouwactiviteiten een jaarlijks nettoberoepsinkomen van minder dan 12.000 euro
    • u ontvangt geen ouderdomspensioen

U toont de beroepsinkomsten aan met het laatste beschikbare aanslagbiljet van de personenbelasting.

Landbouwactiviteiten en verbrede activiteiten worden juridisch-administratief gescheiden van andere beroepsactivi­teiten.

  • U legt een landbouwdiploma ofwel een bewijs van vakbekwaamheid voor. Eén van de volgende bewijzen komen in aanmerking:
    • een diploma of een getuigschrift van een basisopleiding landbouw, tuinbouw of aanverwant op het niveau hoger secundair, hoger niet-universitair of universitair onderwijs
    • een bewijs van ten minste 2 jaar ervaring met land- en tuinbouwproductie op het tijdstip van de steunaanvraag, aangevuld met één van volgende bewijzen:
      • een installatieattest van een startersopleiding land- en tuinbouw of
      • een diploma of een getuigschrift van een basisopleiding erkend als gelijkwaardig aan de bovenvermelde startersopleiding. Over de gelijkwaardigheid beslist  de minister op basis van een gemotiveerde aanvraag

        ervaring met land- en tuinbouwproductie aantonen als:
        • landbouwer;
        • zelfstandig helper, bedrijfsleider tweede categorie, meewerkend echtgenoot of niet betaald geregeld meewerkend familielid op een landbouwbedrijf;
        • werknemer op een landbouwbedrijf;
        • stagiair op een landbouwbedrijf.
           
    • een bewijs van ten minste 2 jaar beroepsactiviteit als landbouwer-natuurlijke persoon, of als beherend vennoot, zaakvoerder of bestuurder van een landbouwbedrijf met rechtspersoonlijkheid op het tijdstip van de steunaanvraag, aangevuld met:
      • minstens een diploma of een getuigschrift van een basisopleiding op het niveau hoger secundair of hoger.
    • ten minste vijf jaar beroepsactiviteit als natuurlijke persoon, landbouwer, of als beherend vennoot, zaakvoerder of bestuurder van een rechtspersoon, landbouwer op het tijdstip van de aanvraag voor investeringssteun.
  • U bent aangesloten bij een sociale kas voor zelfstandigen
  • U bent sociaal verzekerd op basis van de landbouwactiviteiten
  • Uw landbouwactiviteiten zijn bekend bij de Administratie der Directe Belastingen

Aanvullende voorwaarden voor een landbouwbedrijf geëxploiteerd door een handelsvennootschap (BVBA, NV, CVBA,…):

  • Elke zaakvoerder of bestuurder is vennoot en heeft minimaal 25% van de aandelen in zijn bezit.
  • De vennootschap heeft als doelstelling de exploitatie van een landbouwbedrijf en de commercialisatie van de voortgebrachte producten.

1.2. U bent een machinering

U kunt investeringssteun aanvragen op naam van een rechtspersoon als machinering.

  • De doelstellingen van de vennootschap houden in hoofdzaak verband met het gemeenschappelijk gebruik en stallen van landbouwmaterieel dat noodzakelijk is voor de landbouwactiviteit van de vennoten
  • De vennootschap telt ten minste 3 vennoten
  • De vennoten exploiteren samen ten minste 2 landbouwbedrijven
  • De meerderheid van de vennoten, met een minimum van 3, is landbouwer
  • De statuten bepalen dat iedere vennoot op de algemene vergadering over ten minste een stem beschikt en dat, in geval van verschillende stemmen per vennoot, het aantal stemmen waarover een vennoot beschikt, beperkt wordt tot ten hoogste een vijfde van de stemmen die op de algemene vergadering verbonden zijn aan de vertegenwoordigde deelbewijzen.

De machinecoöperatie kan uitsluitend steun verkrijgen voor machineloodsen en machines, met inbegrip van machines voor agrarisch natuurbeheer, die gemeenschappelijk gebruikt worden door de vennoten.

2. Het bedrijf heeft voldoende bedrijfsomvang en ligt in het Vlaamse Gewest.

  • U toont een minimaal bruto bedrijfsresultaat van 40.000 euro per bedrijfsleider aan.
  • Het bruto bedrijfsresultaat bedraagt maximaal 800.000 euro per bedrijf. Deze voorwaarde geldt niet voor investeringen gericht op een energiebesparing of op emissiereductie.

3. U houdt een boekhouding bij in één van volgende vormen:

  • een bedrijfseconomische boekhouding (altijd vereist bij forfaitaire winstberekening);
  • een bewijskrachtige fiscale boekhouding aangevuld met een jaarlijkse inventaris, een balans en een exploitatierekening.
  • een vennootschapsboekhouding;

De overgang van een bedrijfseconomische boekhouding naar een andere boekhouding kan alleen bij het begin van een nieuw boekjaar.

4. U leeft op het landbouwbedrijfalle alle wettelijke normen na op het vlak van :

  • Leefmilieu
  • Hygiëne
  • Dierenwelzijn
  • Ruimtelijke ordening

De investering waarvoor u steun aanvraagt, brengt het naleven van deze normen niet in het gedrang.

5. U legt alle documenten om de investering te kunnen uitvoeren voor

U moet de relevante documenten om de investering uit te voeren aan het VLIF voorleggen. Het kan gaan om bijvoorbeeld:

  • de bouwvergunning
  • de milieuvergunning
  • de nutriëntenemissierechten

6. Pas na kennisgeving van de selectie mag u de investering starten

Alleen investeringen die niet zijn gestart voor en tijdens de selectieprocedure van de betreffende indienperiode komen in aanmerking voor subsidie. Pas nadat u correspondentie ontvangen hebt dat de ingediende investering(en) in aanmerking komt/komen voor subsidie mag u  contractuele verbintenissen aangaan om de investering uit te voeren. Die verbintenis blijkt uit een ondertekende overeenkomst, het ondertekenen van een offerte, een verkoopovereenkomst of gelijksoortige documenten.

Voorbereidende handelingen zoals aankoop van grond, de aanvraag van een stedenbouwkundige vergunning of een milieuvergunning , de aanvraag van advies of een prijsofferte worden niet beschouwd als het uitvoeren van de investering.

Behalve in geval van overmacht moeten de investeringen beëindigd worden binnen twee jaar na de selectie van het aangemelde investeringsproject. Als overmacht wordt gezien:

  • Niet te voorziene problemen bij het uitvoeren van de bouwwerkzaamheden, namelijk vroegtijdige geconstateerde constructiefouten of faillissement van het aannemingsbedrijf
  • Niet te voorziene familiale of persoonlijke problemen
  • Niet te voorziene uitzonderlijke problemen van financiële of bedrijfseconomische aard

7. U toont de geselecteerde subsidiabele investeringskosten aan

U toont de investeringskosten aan met facturen voor een minimum subsidiabel bedrag van 100 euro en met betaalbewijzen (= bankrekeninguittreksels). De factuurdatum valt na de datum van de selectie en maximaal 2 jaar na het afsluiten van de blokperiode waarin de steunaanvraag is geselecteerd.

Voor de meeste investeringskosten zijn er normbedragen om het maximumbedrag te bepalen dat in aanmerking komt voor steun en dus ook om de subsidiabele kosten te bepalen.

Daarnaast komen investeringen alleen in aanmerking als de geselecteerde subsidiabele kosten van de steunaanvraag:

- minimaal 15.000 euro exclusief BTW bedragen voor aanvragen tot en met 30/9/2019 (tot en met kwartaal 3/2019);

- minimaal 5.000 euro exclusief BTW bedragen voor aanvragen vanaf 1/10/2019 (vanaf kwartaal 4/2019).

U toont aan dat de investeringen waarvan met één van volgende financieringsbronnen zijn bekostigd:

  1. een investeringskrediet, een straight loan of een krediet op afbetaling

  2. eigen middelen van de landbouwer
  3. een win-winlening

8. U leeft de Europese communicatieverplichtingen na

Voor investeringsprojecten waarvoor u meer dan 50.000 euro steun  ontvangt, moet u op het bedrijf een informatieplakkaat plaatsen.

Meer informatie hierover: communicatieverplichtingen begunstigden

Website: een aantal van deze voorwaarden worden verder beschreven en toegelicht in de diverse infofiches.

Steunvorm en -omvang op de subsidiabele investeringen

Steunomvang en subsidiabele investering

De totale omvang van de subsidiabele investeringen waarvoor u steun kunt ontvangen bedraagt voor de periode 2015-2022 maximaal 1.350.000 euro per bedrijf. In het kader van een herlokalisatie van twee bedrijven die ophouden te bestaan kan dit opgetrokken worden naar  2.000.000 euro. Als VLIF-waarborg kan maximaal 2.000.000 euro subsidiabele investeringen per bedrijf aanvaard worden.

Steunintensiteit van 40% (50% voor jongel landbouwers) voor investeringen gericht op:

  • warmtepompen, warmterecuperatiesystemen en warmtewisselaars in bestaande inrichtingen
  • kleine en middelgrote windturbines
  • aanpassingen aan bestaande stallen bij het plaatsen van een pocketvergister
  • energiebesparende maatregelen in bestaande serres en investeringen in het gebruik van alternatieve energiebronnen (aanwenden van externe energienetwerken bv. restwarmte, koude/warmte-opslagsystemen (KWO))
  • de noodzakelijke aanpassingen aan bestaande stallen bij het plaatsten van een pocketvergister.
  • productie van windenergie

Steunintensiteit van 30% (40% voor jonge landbouwers) voor investeringen gericht op:

  • de verbetering van de bodemkwaliteit
  • de verbetering van de waterkwaliteit of –kwantiteit
  • de verbetering van de biodiversiteit
  • de verbetering van het dierenwelzijn die verder gaat dan de wettelijke normen
  • de verbetering van de voedselveiligheid
  • de verbetering van de arbeidskwaliteit en de arbeidsveiligheid
  • de vermindering van de emissies van ammoniak, fijn stof en stikstofoxiden
  • specifieke investeringen in de biologische landbouw
  • de realisatie van een primaire energiebesparing
  • materieel en installaties die functioneren op hernieuwbare energie mits die duurzaam geproduceerd werd
  • de vermindering van de hoeveelheid afval en de voedselverliezen
  • de extra uitrusting van tractors en landbouwwerktuigen met het oog op precisielandbouw
  • automatisatie die resulteert in een verhoging van de arbeidsproductiviteit
  • landbouwverbredingsactiviteiten
  • de verhoging van de ruimtelijke kwaliteit
  • bijzondere dierlijke productie
  • de aanplanting van nieuwe beloftevolle fruitvariëteiten

Steunintensiteit van 15% voor investeringen gericht op:

  • het voldoen aan nieuwe wettelijke normen inzake dierenwelzijn
  • het onroerend goed om te voldoen aan wettelijke normen over mestopslag
  • het onroerend goed met het oog op de realisatie van een structuurverbetering
  • de roerende goederen met een minimale bijdrage aan de verduurzaming
  • de aankoop van meerjarig plantgoed

zie detail van alle subsidiabele investeringen: Subsidiabele investeringslijst

Voor de meeste investeringskosten zijn er normbedragen om het maximumbedrag te bepalen dat voor steun in aanmerking komt.

Steunvorm

Voor de diverse investeringen en de daaraan verbonden steunintensiteit kunt een kapitaalpremie en VLIF-waarborg aanvragen.

De kapitaalpremie bedraagt maximum: 

  • 15% van de geselecteerde subsidiabele kosten voor investeringen met een steunintensiteit van 15%
  • 30% (40% voor jonge landbouwers) van de geselecteerde subsidiabele kosten voor investeringen met een steunintensiteit van 30% (40% voor jonge landbouwers)
  • 40% (50% voor jonge landbouwers) van de geselecteerde subsidiabele kosten voor investeringen met een steunintensiteit van 40% (50% voor jonge landbouwers)

VLIF-waarborg moet u aanvragen via een erkende kredietinstelling. Voor meer informatie: VLIF-waarborgregeling 

 

Niet-subsidiabele investeringen

De lijst van subsidiabele investeringen is limitatief. U kunt dus alleen voor in de lijst opgenomen investeringen steun verkrijgen. Voor andere investeringen is er geen steun.

Niet-limitatieve lijst van investeringen of verrichtingen die niet voor steun in aanmerking komen:

  1. de aankoop van grond
  2. het bouwen van varkens- en pluimveestallen die niet voorkomen op de lijst van ammoniakemissiearme stallen
  3. de verbouwing en uitrusting van bestaande veestallen, behalve als de investeringen gericht zijn op de verbetering van het leefmilieu, de hygiëne, het welzijn van de dieren, op arbeidsrationalisatie of op de verhoging van de arbeidsveiligheid, of als ze passen in een plan om de instandhoudingsdoelstellingen te halen
  4. de verwerving van immateriële activa, zoals productie-, emissie- en betalingsrechten
  5. de aankoop van bedrijfsgebouwen
  6. de investeringen in mestverwerking
  7. de investeringen in bijkomende mestopslagcapaciteit, tenzij voor de realisatie van mestopslag die verder gaat dan wettelijk verplicht is, waarbij op het veebedrijf mest van de eigen veestapel wordt opgeslagen, tot een opslagcapaciteit voor maximaal één jaar
  8. de gewone vervangingsinvesteringen; met andere woorden een investering voor de eenvoudige vervanging van onroerende goederen die minder dan tien jaar oud zijn of van roerende goederen die minder dan vijf jaar oud zijn
  9. het aanleggen van een boorput voor diep grondwater en investeringen die gericht zijn op het gebruik van dat water
  10. de investeringen in zonnecellen, warmtekrachtinstallaties, houtverbrandinginstallaties en vergisting van biomassa op basis van energiegewassen
  11. de aankoop van dieren 
  12. de aankoop van tweedehandse bedrijfsuitrusting, tweedehands materieel en demonstratiematerieel
  13. investeringen die economisch onverantwoord zijn in het licht van de structuur en de financieel-economische toestand van het bedrijf
  14. investeringen die gesubsidieerd worden in het kader van een gemeenschappelijke marktordening (GMO)
  15. de aankoop van eenjarig plantgoed en de plantkosten
  16. investeringen die de milieudruk aantoonbaar laten stijgen

Steunaanvragen indienen

Alle VLIF steunaanvragen verlopen via het e-loket voor Landbouw en Visserij. Voor meer informatie zie ook een VLIF steunaanvraag indienen.

Steunaanvragen
Wie mag de steun aanvragen ? Professionele Land- of tuinbouwer Volmachthouder Erkende kredietinstelling

geen waarborgvraag gewenst

JA JA NEEN
waarborgvraag gewenst NEEN NEEN JA

Na het afsluiten van een indienperiode of blokperiode worden alle aangemelde investeringen gerangschikt van hoog naar laag op basis van een doelmatigheidsscore. De score weerspiegelt in welke mate de investering de doelstellingen van de VLIF-investeringssteun kan realiseren.

De score is samengesteld uit 5 scores die een investering beoordelen op de volgende criteria:

  1. De mate waarin het uitvoeren van de investering bepaald wordt door het verkrijgen van steun met inachtneming van de terugverdientijd
  2. De mate waarin de investering innovatief is, bijdraagt tot de creatie van toegevoegde waarde, een verbeterd inkomen of een verbeterde concurrentiepositie
  3. De investering gericht is op een verminderd of rationeler gebruik van energie, water, meststoffen en gewasbeschermingsmiddelen, een verbetering van het klimaat, een verhoogde biodiversiteit, reductie van afval- en voedselverlies en voorkoming van erosie
  4. De investering bijdraagt aan de verbetering van de ruimtelijke kwaliteit, het imago en het maatschappelijk draagvlak van de sector, arbeidsrationalisatie en -veiligheid en voedselveiligheid
  5. Het verschil in leeftijd waarmee de jonge landbouwers zich onderscheiden van al gevestigde landbouwers

Behoud / stopzetten van VLIF steun bij wijzigingen op het bedrijf

Stopzetten van VLIF steun

Zodra de voorwaarden niet meer vervuld zijn kan de verleende steun geheel of gedeeltelijk stopgezet worden, behalve bij overmacht. Voor de periode waarin wel aan de voorwaarden werd voldaan blijft de steun verworven, tenzij deze periode korter dan een jaar is.

Een geval van overmacht moet u binnen de zes maand melden aan het VLIF met bewijskrachtige documentatie. Een geval van overmacht is:

  • De stopzetting van het landbouwbedrijf door het overlijden of het volledig werkonbekwaam worden van de bedrijfsleider en indien de gesubsidieerde goederen niet vervreemd worden
  • De gehele of gedeeltelijke vernieling van een gesubsidieerd goed door een natuurfenomeen
  • Het buiten gebruik stellen of het verlies van een gesubsidieerd goed door een epizoötie (epidemie)
  • De onvoorziene onteigening van een aanzienlijk deel van het bedrijf, waardoor de gesubsidieerde goederen geheel of gedeeltelijk buiten gebruik worden gesteld.

Regelgeving

Indien van toepassing gaat de link naar de geconsolideerde versie van de wetgeving.

De regelgeving van toepassing voor dossiers ingediend vanaf 1 januari 2015:

Meer informatie

Europees Landbouwfonds voor Plattelandsontwikkeling - Europa investeert in zijn platteland.Europese vlag

Contacteer uw buitendienst voor bijkomende informatie. Indien u dit wilt, kunt u telefonisch een afspraak maken.

Zie ook: Activiteitenverslagen Vlaams Landbouwinvesteringsfonds (VLIF)

Vlaams Landbouwinvesteringsfonds (VLIF)
Ellipsgebouw - Koning Albert II-Laan 35, bus 40 - 1030 Brussel
T. 02 552 73 20

Contactgegevens buitendiensten

Vlaams-Brabant
Diestsepoort 6, bus 101 - 3000 Leuven (wegbeschrijving)
Tel. 016 66 61 70 | Fax 016 66 61 41
Veerle Blommaert | veerle.blommaert@lv.vlaanderen.be

Antwerpen
Lange Kievitstraat 111-113, bus 71 - 2018 Antwerpen (wegbeschrijving)
Tel. 03 224 92 20 | Fax 03 224 92 01
Thomas Lauwers | thomas.lauwers@lv.vlaanderen.be

Limburg
Koningin Astridlaan 50, bus 6 - 3500 Hasselt (wegbeschrijving)
Tel. 011 74 26 30 | Fax 011 74 26 69
Koenraad Jespers | koenraad.jespers@lv.vlaanderen.be

Oost-Vlaanderen
Koningin Maria Hendrikaplein 70, bus 101 - 9000 Gent (wegbeschrijving)
Tel. 09 276 29 40 | Fax 09 276 29 05
Kim Torfs | kim.torfs@lv.vlaanderen.be

West-Vlaanderen
Koning Albert I-laan 1-2, bus 101 - 8200 Brugge (wegbeschrijving)
Tel. 050 24 76 50 | Fax 050 24 76 01
Johan De Koker | johan.dekoker@lv.vlaanderen.be